Weefsels – steunweefsel – bloed en lymfe

Bloed en lymfe
De bloedvaten en lymfevaten zijn vervoerssystemen met een waterachtige vloeibare tussencelstof: het bloedplasma en het lymfevocht. De cellen zijn de vaste bestanddelen in de vloeibare tussencelstof.
De verbindende functie bij deze 2 weefselstoffen is niet ondersteuning of aanhechting, maar het vervoer van (voedings-)stoffen en cellen van en naar de andere weefsels en organen in het lichaam.

Bloed
Bloed is vloeibaar en is het vervoerssysteem van het lichaam. Het bloed in je lichaam werkt als centrale verwarming. Het zorgt voor een constante lichaamstemperatuur en zuurgraad (pH).
Het bloed bestaat uit een vloeibare tussencelstof, het bloedplasma, waarin de rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes vervoerd worden. Ongeveer 55% is bloedplasma, dat vooral uit vocht (91,5% water) en eiwitten (8,5%) bestaat en ongeveer 45% is bloedcellen (rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes). Zo zorgen de rode bloedcellen voor het vervoer van zuurstof en kooldioxide door je lichaam. Maken de witte bloedcellen schadelijke stoffen en ziekteverwekkers herkenbaar en onschadelijk. En verzorgen bloedplaatjes de korstvorming bij een wondje.

Bloedvatenstelsel
Het bloedvatenstelsel bevat alle bloedvaten in je lichaam. Al je verschillende bloedvaten vormen samen een gesloten systeem. Hier stroomt je bloed doorheen. Je hart zit ertussen en werkt als een pomp, die alles draaiende houdt. Je bloedvatensysteem bestaat uit slagaders, aders en haarvaten. Deze bloedvaten vormen het wegennet, waarlangs het bloed al je cellen, weefsels en organen van zuurstof en voedingsstoffen voorziet en afvalstoffen afvoert. Je longen zijn nodig voor de aanvoer van zuurstof en de afvoer van kooldioxide. Je nieren nemen afvalstoffen uit je bloed op en zorgen dat je die uit kan plassen. Je lever maakt belangrijke eiwitten en neemt afvalstoffen op. Zo werkt je bloedvatenstelsel met je hart en de rest van je lichaam samen.

Bloedvaten
Bloedvaten zijn geen ondoordringbare buizen. De hele dag door vindt er transport plaats in de bloedvaten, niet alleen met de bloedstroom mee, maar ook dwars door de bloedvatwand heen. Bloedvaten zijn aan de binnenkant bekleed met een enkele laag cellen. Deze binnenste laag bloedvatcellen zijn in staat om bijvoorbeeld afweercellen te laten passeren zonder dat er een druppel bloed naar buiten lekt. Zo kunnen onze afweercellen naar elke plaats in je lichaam toe verhuizen om daar een infectie te bestrijden.

Bloedplasma
Bloedplasma is een gelige vloeistof, die voor 91,5% uit water bestaat en voor 8,5% uit eiwitten (zoals antistoffen, stollingsfactoren en albumine), zouten, vetten en suikers. Het dient als vervoersmiddel voor glucose, lipiden, hormonen, kooldioxide en zuurstof. Bloedplasma vervoert stoffen, zoals zuurstof, naar de cellen toe en vervoert koolstofdioxide en andere afvalstoffen uit de cellen weg. Het brengt de voedingsstoffen van je dunne darm naar de weefsels en organen en de ureum van de lever naar de nieren.
Naast deze vervoerstaken zorgt bloedplasma ervoor, dat warmte en koelte zich binnen je lichaam kan verspreiden. Op die manier zorgt het bloed er dus voor, dat je lichaam warm blijft of juist afkoelt.
Bloedplasma dient als vervoersmiddel voor glucose, lipiden, hormonen, kooldioxide en zuurstof, dat alle cellen moet bereiken. Niet alle cellen liggen direct naast een haarvat, maar hebben toch voedsel en zuurstof nodig. Het bloedplasma wordt met veel kracht de haarvaten ingeperst. Door de hoge druk van het persen wordt een deel van het bloedplasma het haarvat ook weer uitgeperst. Het bloedplasma, dat het haarvat wordt uitgeperst, komt terecht tussen de cellen van de weefsels. Het bloedplasma, dat uit de bloedbaan wordt geperst en tussen de cellen van de weefsels terecht komt, heet weefselvloeistof.

Weefselvloeistof
Deze weefselvloeistof is zuurstofrijk en bevat ook voedsel. Als de weefselvloeistof langs de cellen stroomt, geeft het zuurstof en voedsel af aan de cellen en neemt het koolstofdioxide en andere afvalstoffen op, die de cellen afgeven. Als weefselvloeistof eenmaal langs de cellen is gestroomd, is het zuurstofarm, rijk aan koolstofdioxide en rijk aan afvalstoffen.
Nu moet de weefselvloeistof met al deze afvalproducten worden afgevoerd uit de weefsels. Dat gebeurt op twee manieren:
• Een deel van het weefselvloeistof stroomt weer terug richting de bloedbaan. Het komt dan terecht in een afvoerend haarvaatje en zodra het weefselvloeistof weer in de bloedbaan is, heet het weer bloedplasma.
• Een ander deel van de weefselvloeistof komt terecht in het lymfestelsel. Zodra de weefselvloeistof is opgenomen in het lymfestelsel heet het lymfevocht. Het lymfevocht heeft dezelfde samenstelling als weefselvloeistof, dat langs de cellen is geweest en bevat veel koolstofdioxide en andere afvalstoffen.

Lymfe
Lymfevocht (lymfe) heeft een vloeibare tussencelstof en een vervoerstaak. Het stroomt door de lymfevaatjes en lymfevaten, passeert de lymfeklieren en komt uiteindelijk weer in het bloed terecht.
Het lymfevocht ontstaat vanuit het bloed. Het bloed wordt door de slagaders door het lichaam vervoerd, waardoor de verschillende lichaamsweefsels zuurstof en voedingsstoffen krijgen. Bij de weefsels wordt een deel van het bloedplasma uit de bloedbaan geperst om aan alle cellen zuurstof en voedsel af te kunnen geven. Als deze weefselvloeistof langs de cellen stroomt, geeft het zuurstof en voedsel af aan de cellen en neemt het koolstofdioxide en andere afvalstoffen op, die de cellen afgeven. Als de weefselvloeistof eenmaal langs de cellen is gestroomd, is het zuurstofarm, rijk aan koolstofdioxide en rijk aan afvalstoffen. Maar niet al de weefselvloeistof komt weer als bloedplasma in de bloedbaan terug.
Een deel van de weefselvloeistof komt terecht in het lymfestelsel. Zodra de weefselvloeistof is opgenomen in het lymfestelsel heet het lymfevocht. Het lymfevocht heeft dezelfde samenstelling als de weefselvloeistof, dat langs de cellen is geweest, en bevat eiwitten, afvalstoffen (zoals koolstofdioxide) en witte bloedcellen (lymfocyten). Het lymfevocht gaat via het lymfestelsel weer terug in de richting van het hart.

Lymfestelsel
Het lymfestelsel is het zuiveringssysteem van je lichaam en verwijdert als een filter afvalstoffen uit je lichaam. Het is belangrijk in het op orde houden van de vochtbalans in je lichaam. Als het lymfestelsel in je lichaam goed functioneert, dan wordt het overtollig weefselvocht allemaal afgevoerd. Als het stelsel niet goed functioneert, dan kan het vocht zich gaan ophopen en krijg je uiteindelijk oedeemvorming.
Het lymfestelsel bestaat uit zeer dunne lymfevaatjes (zo dun als een haar) onder de huid en in het vetweefsel. Deze vertakken steeds verder tot grotere lymfevaten en uiteindelijk in de lymfeklieren.

Lymfevaten
Het lymfestelsel bestaat uit een groot buizenstelsel van lymfevaten. Lymfevaten zijn kanalen gevuld met lymfevocht uit de weefsels. Deze lymfevaten nemen weefselvocht op, waarin verschillende opgeloste eiwitten of afvalstoffen aanwezig zijn.
Al deze lymfevaten verzamelen zich in de borstbuis. Dit is een belangrijk verzamelkanaal van het lymfestelsel en het grootste lymfevat in het menselijk lichaam. Het lymfevocht stroomt weg uit de weefsels en bevat veel koolstofdioxide en andere afvalstoffen. De borstbuis is aangesloten op de bovenste holle ader, die ook zuurstofarm bloed met veel koolstofdioxide bevat. Deze borstbuis brengt het lymfevocht weer terug in de bloedbaan. De borstbuis zit aangesloten op de grote aderen van het lichaam. Dat de borstbuis aangesloten is op een ader en niet op een slagader heeft te maken met de overeenkomst in samenstelling van bloedplasma en lymfevocht. Bloed in de aderen bevat, net als lymfevocht, veel koolstofdioxide, weinig zuurstof en veel afvalstoffen. Aderen stromen via de kleine bloedsomloop richting de longen en daar wordt het bloed (bloedplasma en lymfevocht) ontdaan van de koolstofdioxide.

Lymfeklieren
Via steeds breder wordende lymfevaten doorkruist het lymfevocht tenminste één lymfeklier, vóórdat het in het bloed terechtkomt. De lymfeklieren (lymfeknopen) zijn de zuiveringsstations van het lymfestelsel.
De lymfeklieren zijn lymfoïde organen. De belangrijkste lymfoïde organen zijn het beenmerg, de thymus (zwezerik), de milt, de lymfeklieren, de platen van Peyer en je tonsillen. In deze organen bevinden zich de witte bloedcellen, zoals de lymfocyten, die belangrijk zijn voor de specifieke immuniteit tegen ziekteverwekkers in je lichaam. Deze witte bloedcellen kunnen via het lymfevocht in de bloedsomloop gebracht worden en vervolgens naar de infectieplaats in het lichaam.
De lymfeklieren zijn boonvormige orgaantjes, die groepsgewijs op diverse plaatsen in je lichaam zitten, zoals in je hals, oksels, langs de luchtpijp, bij de longen, bij het darmkanaal en in de buikholte, bekkenzone en lies. De lymfeklieren dikken het lymfevocht in en filteren het afval in het lymfevocht. Gedode ziekteverwekkers worden samen met andere afvalstoffen en overtollig vocht afgevoerd. Vervolgens komen het overtollig vocht, afvalstoffen en dode ziekteverwekkers terecht in de bloedbaan en worden via de lever, urine en ontlasting afgevoerd.

Help mee