Vaccinatie – op reis

Waarom een goede voorbereiding op je reis?
Er zijn gezondheidsrisico’s bij het reizen naar een verre bestemming, zeker naar landen in de tropen en subtropen. In Afrika, Azië, het Midden-Oosten, Midden- en Zuid-Amerika en een aantal Zuid- en Oost-Europese landen komen andere ziekten voor dan bij ons. Naast specifieke risico’s, zoals infectieziekten, kun je ook allerlei beten van insecten en andere dieren oplopen, waarvan je weer ziek kunt worden.

Ga je op reis naar een ver land?
Begin minimaal 2 – 3 maanden, voordat je wilt vertrekken, met je voorbereidingen:
• haal de juiste prikken (inentingen), zoals bijvoorbeeld tegen difterie, hepatitis A, polio (DTP), tetanus, buiktyfus of gele koorts. De vereiste vaccinaties kunnen per land verschillen. Als je naar een gebied gaat met malaria, krijg je medicijnen voorgeschreven om malaria te voorkomen. Er kunnen ook meer inentingen nodig zijn, zoals tegen hepatitis B of hondsdolheid:
– als je langer dan 6 weken in een ‘risicoland’ blijft.
– als je verblijft in extreme omstandigheden in de binnenlanden, oerwouden of sloppenwijken.
– als je in een ‘risicoland’ gaat werken met of bij dieren, zoals honden, katten, wasberen of vleermuizen.
• vraag welke middelen je het beste mee kunt nemen tegen bijvoorbeeld diarree, pijn, uitdroging of een ontsteking.
• vraag wat je moet doen om te voorkomen, dat je besmet wordt door water, voedsel, seksueel contact of bloed.
• voor sommige tropische ziekten, die overdag door muggen overgebracht worden, zijn er (nog) geen vaccins ontwikkeld, zoals dengue, chikungunya en zika. Daarvoor moet je andere voorzorgsmaatregelen nemen, bijvoorbeeld een spray tegen muggen en/of het bedekken van je armen en benen.
• tegen verbranding door de zon kun je crèmes met UV-filter, een hoed en een zonnebril meenemen.
• je kunt eventueel een eerstehulp-set (EHBO) meenemen met verbandmiddelen, verbandschaar, pleisters, splinterpincet, insectenbeet-pompje, vinyl handschoenen en een desinfecterend middel.

Vaccinatie bij start of gebruik van een afweer onderdrukkend medicijn
Om je te beschermen tegen gezondheidsrisico’s, als je reist naar verre bestemmingen, wordt het advies gegeven om je te laten vaccineren. Bijna alle vaccins werken langere tijd.
Starten met een afweer onderdrukkend medicijn
• Vertel minimaal 7 – 8 weken voor de start met een afweer onderdrukkend medicijn aan je reumatoloog of internist, dat je wilt gaan reizen. Het gaat bij een afweer onderdrukkend medicijn bijvoorbeeld om corticosteroïden, csDMARDs, biosimilars, anti-TNF-alfaremmers, JAK-remmers en werkzame stoffen als methotrexaat, azathioprine en rituximab. Als je reuma hebt, is je afweer al wat verlaagd en door afweer onderdrukkende medicijnen wordt je afweer nog verder verlaagd. Het effect van de vaccinaties is dan minder betrouwbaar en je hebt bij sommige vaccins meer kans op complicaties. Er worden dan aanvullende vaccinaties geadviseerd. Deze aanvullende vaccinaties krijg je ook als je niet op reis zou gaan, bijvoorbeeld tegen influenza, meningokokken en pneumokokken.
• Als je nog niet gestart bent met een afweer onderdrukkend medicijn, dan kun je je eerst laten inenten tegen gele koorts. Dit heeft als voordeel dat je later naar een land kunt reizen, waarvoor je tegen gele koorts ingeënt moet zijn. Een vaccinatie tegen gele koorts mag je niet meer krijgen, als je eenmaal afweer onderdrukkende medicijnen gebruikt.
Als je wordt gevaccineerd, bouwt je afweersysteem afweerstoffen op. Vraag ook of andere vaccinaties wel te combineren zijn met je afweer onderdrukkende medicijn.
Bij gebruik van een afweer onderdrukkend medicijn
• Je mag geen vaccin met ‘levende verzwakte’ bacteriën of virussen krijgen, als je bepaalde afweer onderdrukkende medicijnen gebruikt. De voordelen en gevaren van de vaccinatie moeten dan tegen elkaar worden afgewogen. Als je reuma hebt en toch heel graag een vaccinatie wilt met een ‘levend verzwakt’ vaccin, dan kun je altijd overwegen, in overleg met je reumatoloog of internist, om tijdelijk met je medicijnen te stoppen. Zo kan je afweer verbeteren. Het risico blijft, dat je ziekteactiviteit verergert. Soms kan er een ander afweer onderdrukkend medicijn als vervanging worden gegeven.

Medicijnpaspoort
• Neem altijd je medicijnpaspoort mee op reis. Het is belangrijk om bij je apotheek een internationaal medicijnpaspoort te halen, waarin staat welke medicijnen je gebruikt. Op deze manier kun je bij de douane laten zien, dat je een voorraad medicijnen hebt meegenomen voor eigen gebruik en geen drugs.
• Als je je medicijnen onderweg zou verliezen of ze worden gestolen, dan is het ook handig als je een overzicht hebt van de medicijnen, die je gebruikt. Omdat veel medicijnen in het buitenland een andere naam hebben, wordt op het medicijnpaspoort ook de naam van de werkzame stof vermeld. Een buitenlandse arts of apotheker kan zo gemakkelijk een vervangend medicijn voor je uitschrijven.
• Als je in het buitenland naar een arts of het ziekenhuis moet, dan is met een medicijnpaspoort meteen bekend, welke medicijnen je gebruikt. Dit voorkomt dat je een medicijn krijgt, dat een wisselwerking met je bestaande medicijnen geeft of waar je allergisch voor bent.

Medicijnen mee op reis
In veel landen is het bezit en het gebruik van medicijnen, die onder de Opiumwet vallen, verboden. Op overtreding van die wet staan strenge straffen. Medicijnen die onder de Opiumwet vallen, zoals medicijnen bij ADHD, sterke pijnstillers en slaap- en kalmeringsmiddelen, kun je dus niet zomaar meenemen naar het buitenland. Daarvoor heb je een Schengenverklaring nodig of een Engelstalige medische verklaring met eventueel een Apostillestempel.
Kijk voor meer informatie op https://www.hetcak.nl/regelingen/medicijnen-mee-op-reis

Medicijnen op de juiste wijze meenemen
• Stop bij reizen met het vliegtuig je medicijnen altijd in je handbagage. De bagageruimten van vliegtuigen zijn erg koud tijdens een vlucht en sommige medicijnen kunnen door bevriezing onbruikbaar worden. Ook komt het voor, dat een koffer zoek raakt.
• Neem je medicijnen, injectiespuiten en -naalden mee in de originele verpakking met je persoonlijke etiket erop. Zo kan de douane zien, dat het je eigen medicijnen zijn.
• Controleer de houdbaarheidsdatum van je medicijnen, zodat je geen medicijnen met een verlopen houdbaarheidsdatum meeneemt.
• Informeer bij je vliegmaatschappij, welke (veiligheids-)regels gelden voor het vervoer van (vloeibare) medicijnen en injectiespuiten en -naalden in je handbagage of eventueel je ruimbagage. Bij reizen per vliegtuig heb je ook een medische verklaring van je reumatoloog nodig voor het vervoeren van injectiespuiten en -naalden en vloeistoffen in je handbagage.
• Bij het meenemen van injectiespuiten of -naalden gelden per land andere regels. Meld bij vertrek en aankomst dat je spuiten of naalden bij je hebt. Je kunt je internationaal medicijnpaspoort laten zien, waarin staat welke medicijnen je gebruikt en in welke dosering en de toedieningswijze van het medicijn.
• Verdeel je medicijnen over meerdere handbagagestukken van je familie of vrienden, zo raak je niet alles kwijt bij het verlies van een bagagestuk.

Medicijnen gekoeld vervoeren?
• Let er bij het boeken van je reis op, dat je in je vakantieverblijf beschikt over een koelkast voor de koeling van je medicijnen.
• De voorschriften kunnen per medicijn anders zijn. Kijk in de bijsluiter van het medicijn, hoe je je medicijn moet bewaren en overleg altijd met de apotheker hoe je het medicijn moet vervoeren. Bepaalde medicijnen moet gekoeld bewaard worden tussen 2 en 8 graden. Het medicijn mag niet ingevroren worden.
• Biologicals en biosimilars moeten gekoeld vervoerd en bewaard worden. Neem voor het gekoelde vervoer van je medicijn een koelbox of koeltas mee met een koelelement erin.
• Regel vooraf met de vliegmaatschappij, dat je medicijnen en eventuele losse koelelementen tijdens de vlucht in de koelkast mogen worden bewaard.
• Bij lange reizen per auto kun je voor het koel houden van je medicijnen gebruik maken van een koelbox met een 12 voltaansluiting.

Extra medicijnen voor onderweg
Het is goed om op verre reizen meer van een medicijn mee te nemen. Vooral als je naar een gebied gaat, waar je niet snel bij een dokter of andere medische hulp kunt zijn.
Bespreek met je eigen huisarts ook of je bijvoorbeeld antibiotica kunt meenemen en wanneer je die in nood zou kunnen gebruiken. Neem, naast paracetamol, ook een extra andere pijnstiller mee, zoals diclofenac, naproxen of ibuprofen. Deze kun je gebruiken als paracetamol onvoldoende helpt. Je kunt ze ook samen met paracetamol innemen, als je veel pijn hebt.

Na de reis
Je kunt tijdens een verre reis klachten van bijvoorbeeld diarree of infecties van de huid krijgen. Meestal gaan deze klachten vanzelf weer over. Soms is echter een behandeling nodig. Heb je tijdens of na je reis klachten gekregen, die kunnen wijzen op een tropische infectie? Meld je dan bij je huisarts of huisartsenpost. Geef altijd aan in welk land je bent geweest. Dan kan er gerichter gezocht worden naar de oorzaak van je klacht en een behandeling worden ingezet.