Spier-skeletstelsel – heupgewricht

Heupgewricht (kogelgewricht)
Het heupgewricht is een kogelgewricht, bestaande uit een ronde kop en een kom en is de verbinding tussen het bovenbeen en het bekken. Het kogelgewricht van de heup is erg flexibel. Het bovenbeen kan ten opzichte van het bekken in bijna alle richtingen bewegen. Hierdoor kan het bovenbeen naar voor, achter en zijwaarts bewegen en draaien. Een gezond heupgewricht absorbeert de schokken die ontstaan door activiteiten zoals lopen, traplopen en rennen.

Heupkop en heupkom
Het bekken is opgebouwd uit een rechter en linker heupbeen. Elke heupbeen bestaat uit drie botten, die samengegroeid zijn tot één botstuk: het darmbeen, het zitbeen en het schaambeen. Deze vormen op de plek waar ze aan elkaar grenzen de heupkom van het heupgewricht. De heupkom vormt samen met de kop van het dijbeen het heupgewricht. Het dijbeen bestaat uit een schacht (bovenbeen), een nek (heuphals) en de heupkop (femurkop).
Het heupgewricht bestaat uit twee botstukken: de heupkom (acetabulum) en de heupkop (femurkop). De heupkom wordt gevormd door het bekken. Bij een normale heup zit de heupkop diep in de heupkom, ter hoogte van de lies. De heupkop zit vast aan het dijbeen en past precies in de heupkom.
Aan de randen van de heupkom zit een kraakbeenring (labrum) van ongeveer 3 – 5 mm breed. Dankzij de kraakbeenring blijft de heupkop beter in de heupkom zitten. De kraakbeenring geeft extra stabiliteit, omdat het de heupkom verdiept en volgens een soort vacuümprincipe de heup afsluit.
Binnen het gewrichtskapsel bevindt zich de gewrichtsholte. Hierin zit het zogenaamde synovium. Dat is een stroperige vloeistof, die ervoor zorgt dat je gewrichten soepel kunnen bewegen.

Gewrichtskapsel
Om het heupgewricht zit een gewrichtskapsel. Dit is een dikke en stevige omsluiting van het heupgewricht. Het gewrichtskapsel wordt verstevigd door de gewrichtsbanden (ligamenten). De vijf gewrichtsbanden zijn opgebouwd uit bindweefsel. De gewrichtsbanden zorgen voor stevigheid en voor de bloedtoevoer. De bewegingen van het heupgewricht worden in feite alleen beperkt door het gewrichtskapsel. Het gewrichtskapsel houdt het heupgewricht op zijn plaats. Om het heupgewricht heen zijn er allerlei spieren, pezen en slijmbeurzen, die er samen voor zorgen dat je je heupgewricht goed kan bewegen.

Gewrichtsbanden
Het gewrichtskapsel wordt verstevigd door de gewrichtsbanden (ligamenten). De vijf gewrichtsbanden zijn opgebouwd uit bindweefsel. De gewrichtsbanden zorgen voor stevigheid en voor de bloedtoevoer middels de bloedvaten.

Spieren en de pezen
De bewegingen van het heupgewricht worden aangestuurd en gecontroleerd door de sterke dijbeenspieren, heupspieren, bilspieren, hamstrings, de spieren van de romp en pezen. Stevige spieren rond de heup zijn noodzakelijk, omdat de heup voor een groot deel instaat voor de stabiliteit bij het rechtstaan en het lopen. Spieren zorgen voor de beweging van het been, pezen zorgen voor de aanhechting van de spieren aan het bot. De heup is voorzien van twee spiergroepen: de dorsale heupspieren (spieren (hamstrings), die aan de achterkant van het been lopen en stabiliteit geven aan het heupgewricht tijdens bewegingen naar achteren en buigen) en de ventrale heupspieren (spieren die aan de voorkant van het bovenbeen naar de knie lopen en stabiliteit geven aan het heupgewricht tijdens bewegingen naar voren). Aan de binnenkant van het bovenbeen liggen spieren, die ervoor zorgen dat de benen naar elkaar toe kunnen bewegen. Enkele kleine spieren tussen het bekken en de heup spelen een rol bij het stabiliseren van de heup.

Kraakbeen
De heupkom en de heupkop zijn bedekt met een dikke laag glad kraakbeen, dat ervoor zorgt dat het gewricht soepel en pijnloos kan bewegen. Het kraakbeen is een gladde verende laag, die schokken en stoten opvangt, zodat het heupgewricht soepel kan bewegen. In grote gewrichten, zoals de heup, kan het kraakbeen tot 6 mm dik worden.

 

Help mee