Reumatoïde artritis – klachten

Huisarts
Als je ziek wordt of klachten hebt, die maar niet weggaan, dan ga je naar de huisarts. Je huisarts is de eerste medische behandelaar om je klachten te behandelen. Lukt het niet om je klachten goed te behandelen en wordt je niet beter, dan zal de huisarts samen met jou kijken naar verdere behandeling. Je huisarts kan je doorsturen naar de reumatoloog of een andere dokter in het ziekenhuis of een kliniek en naar de fysiotherapeut of een oefentherapeut.

Klachten bij RA
• Je hebt ontstekingen in je gewrichten in handen, voeten, knieën, polsen en enkels
De klachten heb je vaak zowel links als rechts van je lichaam in dezelfde gewrichten. In het begin kan de ontsteking nog aan of de linkse kant of de rechtse kant van je lichaam starten, daarna kun je de ontstekingen aan beide kanten tegelijk krijgen. Je krijgt vaak eerst last van ontstekingen in de kleinere gewrichten in je handen, voeten, polsen en enkels. Je grotere gewrichten, zoals de knie of ellenboog, raken ook ontstoken.
Een ontstoken gewricht is pijnlijk, stijf, dik (gezwollen) en warm. Je armen en benen buigen, strekken of belasten wordt moeilijk en je wordt beperkt in je dagelijkse beweging. Je hebt ook last van stijve vingers, die moeilijk te buigen zijn en/of stijve voorvoeten, waardoor lopen lastiger is. De stijfheid is vaak het ergst in de ochtend of na langdurig in dezelfde houding te zitten. Door te gaan bewegen worden je gewrichten langzaam weer soepel. Dit kan zorgen voor veel (langdurige) stress, waardoor je gewrichtsklachten kunnen verergeren.
• Je hebt last van ontstoken pezen, slijmbeurzen en spieren
De pezen, slijmbeurzen en spieren raken ontstoken en verzwakken. Je wordt minder beweeglijk en je lichaamsconditie gaat achteruit.
• Je hebt verhoging van je lichaamstemperatuur
Je lichaamstemperatuur is verhoogd en je voelt je grieperig en zwak met koorts en weinig eetlust.
• Je hebt last van zware vermoeidheid
Je hebt geen energie om iets te doen door de actieve ontstekingen in je lichaam. Je kunt iedere dag een intense vermoeidheid ervaren zonder zelf hard gewerkt of gesport hebben. Dit is een belangrijk verschil met een ‘gewone’ vermoeidheid. De ernst van de vermoeidheid staat in geen enkele verhouding tot de activiteit, die je hebt uitgevoerd of de inspanning, die je hebt geleverd. Als je pijn hebt, kan dit je ’s nachts uit je slaap houden, waardoor je overdag ook moe bent. Vermoeidheid kan ook een bijwerking van de medicijnen zijn, die je gebruikt.
• Je hebt last van de werking van je medicijnen
Als je medicijnen de ontstekingen niet goed remmen, blijf je last van ontstekingen hebben. Je kunt ook last van de bijwerkingen van de medicijnen hebben.
• Je hebt last van reuma noduli
Reuma noduli zijn knobbeltjes van ontstekingsweefsel. Dit is de meest voorkomende onderhuidse huiduitslag bij reumatoïde artritis (RA). Het zijn kleine, stevige, vaak pijnloze, knobbeltjes, die zich onder de huid ontwikkelen. Ze zitten meestal in de buurt van gewrichten, die ontstoken zijn. Reuma noduli meten in het algemeen tussen de 2 mm en 5 cm. Ze zitten vaak op de ellenboog, de rug van de onderarm, bij de grote gewrichten, aan de basis van de vingers (knokkelgewrichten), achilles- en extensorpezen. Reuma noduli komen bijna nooit voor op het heiligbeen, het achterhoofd, de stembanden, het longweefsel, pleura, pericard, myocard of de vliezen, die rondom de hersenen en het ruggenmerg zitten of in de inwendige organen.
• Je hebt last van je hormonen
Vrouwelijke hormonen lijken het klachtenpatroon bij reumatoïde artritis (RA) te kunnen beïnvloeden. Tijdens je menstruatie en in de menopauze heb je vaak heftige klachten. Maar zwangere vrouwen lijken juist vaak minder last van de aandoening hebben. Heb je bij een hormoonschommeling, bijvoorbeeld in de menopauze, meer last van je klachten, dan hoeft dit niet altijd te betekenen dat je ziekteactiviteit is toegenomen.

Kans op complicaties
Door een actiever wordende reumatoïde artritis (RA) kunnen er gaandeweg één of meerdere complicaties ontstaan.
• het ontstaan van comorbiditeiten
Comorbiditeiten zijn bijvoorbeeld het er bij krijgen van diabetes, hart- en vaatziekten, een hoge bloeddruk en botontkalking (osteoporose). Risicofactoren hiervoor zijn bijvoorbeeld een te hoog cholesterolgehalte, een verhoogde bloeddruk, suikerziekte, overgewicht, roken, hormonale veranderingen en verandering in werking van lever of nieren (door medicijngebruik).
het ontstaan van hart- of vaatziekten
Als je gewrichtsontstekingen hebt, dan heb je een hoger risico om hart- of vaatziekten te krijgen dan mensen zonder RA. De ontstekingen kunnen ook de vaatwanden van de bloedvaten aantasten. Risicofactoren hiervoor zijn bijvoorbeeld een te hoog cholesterolgehalte, verhoogde bloeddruk, suikerziekte, overgewicht en roken.
• het stijf worden en verzwakken van pezen, slijmbeurzen, spieren
• het scheuren van een pees (peesruptuur)
Het synovium rondom de pees kan ontstoken raken en de pees kan verzwakken door de ontsteking. Als de pees langs een scherp botgedeelte schuurt, kan de pees ineens afscheuren. Dat is pijnloos en het kan vooral voorkomen in je hand, pols en voet. Je merkt dat er iets mis is, als je vingers ‘los’ lijken te zitten of als je stijvere vingers, handen of voeten krijgt.
• het ontstaan van een zenuwontsteking
De kleine bloedvaatjes naar de zenuw raken ontstoken door een bloedvatontsteking (vasculitis) en je krijgt last van een doof gevoel of tintelingen in een arm of been.
• het ontstaan van het carpaaltunnelsyndroom (CTS)
Het carpaaltunnelsyndroom is een ontsteking in de peesscheden van de pols. Bij deze ontsteking volgt een zwelling, waardoor de zenuw, die door de pols loopt, klem komt te zitten. Door de zwelling en de beknelling van de zenuw treden er tintelingen in je drie middelste vingers op en heb je minder gevoel in je vingers. Als de zenuw lang bekneld zit, dan kunnen er uitvalsverschijnselen optreden van je vingers.
• het ontstaan van het tarsaaltunnelsyndroom (TTS)
Het tarsaaltunnelsyndroom in de voet ontstaat door een zwelling van de enkel. Deze zwelling geeft druk op de zenuw aan de binnenkant van de enkel, net boven de hiel. De zenuw komt klem te zitten. Daardoor krijg je last van tintelingen of een brandende pijn in de tenen, voetzool of hiel.
• het ontstaan van ontstekingen in organen en weefsels
Je hebt last van ontstekingen in bijvoorbeeld je huid, longen, zenuwen, bloedvaten en hart.
• het ontstaan van een bloedvatontsteking (vasculitis)
Dit komt vooral voor bij de kleine of middelgrote bloedvaten in je huid of nagelriemen met verkleuring en/of wondjes door een slechte bloedvoorziening. Als er vasculitis in organen optreedt, zoals in de nieren, hart, longen en ogen, ontstaan er klachten zoals verkleuring van de huid, vermoeidheid, geen eetlust, afvallen, constante lichte verhoging van de lichaamstemperatuur en een verhoogde bloedbezinking.
• het ontstaan van een longvliesontsteking
De bloedvaatjes die naar het longvlies lopen, zijn ontstoken. Je kunt last krijgen van pijn bij het ademhalen, kortademigheid, koorts en vocht achter je long. Soms heb je geen of nauwelijks klachten.
• een ontsteking van je buitenste hartvlies
De ontsteking zit in de bloedvaatjes naar het hartvlies met soms een kleine vochtophoping rondom je hart.
• het ontstaan van drukplekken
De drukplekken ontstaan door een standsverandering van de gewrichten, zoals bijvoorbeeld tenen die knel komen te zitten in schoenen. Zo ontstaan er wondjes door drukplekken.
• het ontstaan van een ontsteking in het synovium (synovitis)
Een zwelling in je gewricht kan ontstaan omdat:
– de bekleding van het gewricht (het synovium) opzwelt (synovitis).
– het synoviaal vocht in volume toeneemt door het doorsijpelen van vloeistof naar de lichaamsholte of het omringende weefsel (effusie). Het is een actief proces, want:
1. ontstekingscellen (witte bloedcellen) en meer bloed komen het gewricht binnen. De verhoogde bloedstroom zorgt ervoor dat het gewricht opzwelt en warm aanvoelt. De gewrichtsvloeistof verzamelt zich in en rond het gewricht en zorgt ook voor zwelling.
2. veel ontstekingsmoleculen, zoals kleine eiwitten (peptiden), komen vrij in de weke delen rondom het gewricht.
• het ontstaan van een synoviale cyste
Een synoviale cyste ontstaat door de ontsteking van het synovium in het gewricht. De cyste bestaat uit vocht en kan door barsten in de kuit of bovenarm zakken. Hierdoor wordt je onderbeen, kuit, voet of de bovenarm dik en pijnlijk. Het lijkt of je een trombosebeen of een trombose arm hebt. De synoviale cyste ontstaat meestal in je knie of in je schouder. Door de cyste verzwakt het gewrichtskapsel met de kans op barsten en uitpuilen van knie naar knieholte (kuit) of van schouder naar bovenarm. Je kunt een synoviale cyste hebben zonder dat je dit merkt.
• het ontstaan van een nekwervel verschuiving
Een nekwervel verschuiving ontstaat door een ontsteking aan de nekwervels. De eerste en tweede nekwervel en de nekwervels daaronder kunnen ontstoken raken, waardoor de banden rondom de nekwervels verslappen. De wervels kunnen dan ten opzichte van elkaar gaan verschuiven, terwijl de verslapte banden dit niet kunnen tegenhouden.
• de ontwikkeling van een zenuw- en/of ruggenmergcompressie
Je gewrichten in de wervelkolom worden facetgewrichten genoemd. Twee facetgewrichten bevinden zich aan de achterkant van ieder wervelgewricht en helpen de wervelkolom te stabiliseren. Ze voorkomen overmatige beweging van je wervelkolom. Als de reumatoïde artritis de facetgewrichten aantast, kan er spinale instabiliteit optreden. Dit kan leiden tot compressie (beknelling) van de zenuw en/of het ruggenmerg. Je kunt last krijgen van hoofdpijn, nekpijn, tintelingen, gevoelloosheid, incontinentie, verlamming in je armen of benen, een gevoel van een band om de benen en slechter lopen.
• het hebben van de secundaire vorm van het syndroom van Sjögren
Bij het syndroom van Sjögren zorgt een ontsteking in je traanklieren, speekselklieren of klieren van neus, keel, vagina of huid voor onder andere droge ogen, droge mond, droog slijmvlies van neus, keel en vagina of een droge huid. Eén op de drie mensen met het syndroom van Sjögren heeft ook een vorm van ontstekingsreuma.
• het ontstaan van oogklachten
Je kunt bij reumatoïde artritis last van droge ogen, een branderig gevoel, jeuk, pijn, oogontstekingen en een verminderd gezichtsvermogen hebben. Zelfs blindheid van het oog door oogontstekingen is mogelijk.
• het ontstaan van botontkalking
Je kunt osteoporose krijgen door minder of een beperkte bewegingsvrijheid of door behandeling met corticosteroïden. Je botten worden brozer en kunnen dan sneller breken en je hebt twee keer zoveel kans op een botfractuur.

Verloop ziekte
De ziekte reumatoïde artritis (RA) verloopt bij iedereen, die de ziekte krijgt, anders. Soms is het verloop van je ziekte mild met weinig klachten, soms is de ziekte in remissie en ben je (bijna) klachtenvrij. Maar je kunt ook een grillig verloop van de ziekte hebben met vaak ontstekingen en veel klachten.