Osteoporose – osteopenie

Osteopenie
Osteopenie betekent letterlijk een tekort aan bot (osteon = bot, penia = tekort). Dit betekent niet, dat je niet genoeg botten in je lichaam hebt, maar dat je botten minder ‘botmassa’ hebben. Botten bestaan onder andere uit kalk (calcium), fosfor, merg en andere stoffen. Deze stoffen vormen een hechte structuur met kleine openingen ertussen. Is de botdichtheid van je botten goed, dan heb je gezond, stevig bot. Worden die kleine openingen in het bot echter groter en groter, dan wordt het bot poreuzer en daarmee steeds minder stevig; de botdichtheid neemt af.
Osteoporose betekent letterlijk poreus bot of bot met gaten. De grens tussen osteopenie en osteoporose is moeilijk te trekken. Formeel is de term osteoporose van toepassing wanneer door middel van een DEXA-scan een T-waarde van -2,5 (of lager) is vastgesteld. Bij een T-score tussen de -1 en -2,5 is er sprake van osteopenie.

Osteopenie is voorstadium osteoporose
Je merkt niets van de osteopenie, er is geen pijn en je hebt geen lichamelijke klachten. Als er nog meer botverlies optreedt, kan osteopenie overgaan in osteoporose (botontkalking). Bij osteoporose is de botdichtheid zo laag geworden, dat je botten heel gemakkelijk kunnen breken. Door ingezakte wervels of botbreuken kun je pijnklachten krijgen.

Waardoor ontstaat osteopenie?
In je botten wordt voortdurend nieuw botweefsel aangemaakt en oud botweefsel afgebroken. Er wordt jaarlijks meer dan 10% van je botten vernieuwd. In je kindertijd maakt je lichaam meer bot aan, dan het afbreekt. Die botaanmaak neemt nog verder toe als je (als kind en als volwassene) veel beweegt. Rond je 30ste jaar is de dichtheid van je botten (botmassa) het grootst.
Na je 45ste jaar wordt er meer bot afgebroken dan aangemaakt. Het geleidelijke proces van botverlies noemen we osteopenie. Als de botdichtheid vervolgens nog verder afneemt door de botafbraak, dan kan dit overgaan in osteoporose.

Wie kunnen osteopenie krijgen?
Iedereen kan osteopenie krijgen, maar het komt vaker voor bij vrouwen. Vrouwen maken in de overgang minder het geslachtshormoon oestrogeen aan, waardoor bij hen de botafbraak sneller gaat dan bij mannen. Als de vorming van het vrouwelijke geslachtshormoon grotendeels ophoudt tijdens en na de overgang, is er in de botten een versnelde afbraak van het botmineraal. Dit zorgt er voor dat osteopenie en osteoporose vaker bij vrouwen voorkomen.

Indeling in stadia osteoporose
De indeling van de World Health Organisation (WHO) is gebaseerd op de botmineraaldichtheid (T-score) en het wel of niet aanwezig zijn van osteoporotische fracturen. De diagnose osteoporose kan alleen gesteld worden als er een botmineraaldichtheidsmeting (DEXA-scan) is gedaan. De indeling in stadia is:
Normaal
– de botmineraaldichtheid (T-score) is niet meer dan 1 standaarddeviatie (SD) lager dan de gemiddelde botdichtheid bij jonge volwassenen (‘piekbotdichtheid’). Een standaarddeviatie (SD) is een afwijking van het standaardgetal.
Een osteoporotische wervel
– 1e stadium: Osteopenie.
De botmineraaldichtheid (T-score) is verminderd, maar er is nog geen sprake van osteoporose. De botmineraaldichtheid ligt tussen 1 en 2,5 SD onder de gemiddelde botdichtheid bij jonge volwassenen. Een standaarddeviatie (SD) is een afwijking van het standaardgetal.
– 2e stadium: Osteoporose.
De botmineraaldichtheid (T-score) ligt meer dan 2,5 SD onder de gemiddelde botdichtheid bij jonge volwassenen. Een standaarddeviatie (SD) is een afwijking van het standaardgetal.

Help mee