Osteoporose – oorzaak

Botten
Botontkalking is een natuurlijk verschijnsel in het verouderingsproces. Botten verliezen hun stevigheid als je ouder wordt. Bot is levend weefsel en wordt je gehele leven lang voortdurend opgebouwd en weer afgebroken. Botten bestaan onder andere uit kalk (calcium), fosfor, merg en andere stoffen. Deze stoffen vormen een hechte structuur met kleine openingen ertussen. Als de botdichtheid van je botten vermindert en de kleine openingen in het bot groter en groter worden, dan neemt de botmassa (botdichtheid) af. Eerst krijg je osteopenie, die daarna overgaat in osteoporose. Bij osteoporose is de botdichtheid zo laag geworden, dat je botten heel gemakkelijk kunnen breken of inzakken.

Osteopenie
Osteopenie is het voorstadium van osteoporose. De grens tussen osteopenie en osteoporose is vaag. Je merkt niets, want er is geen pijn en je hebt geen lichamelijke klachten. Als je kind bent, maakt je lichaam meer botweefsel aan, dan het afbreekt. Die botaanmaak neemt nog verder toe als je veel beweegt. Vóór je 30 jaar bent, is de botmassa van je botten het grootste. Er wordt jaarlijks meer dan 10% van je botten vernieuwd en in je botten wordt voortdurend nieuw botweefsel aangemaakt en oud botweefsel afgebroken. Na je 35ste jaar verandert dit en wordt er meer botweefsel afgebroken dan aangemaakt. De botten verliezen dan langzaam hun stevigheid. Het geleidelijke proces van botverlies noemen we osteopenie. Als er nog meer botverlies optreedt, kan osteopenie overgaan in osteoporose (botontkalking).

Osteoporose
Osteoporose (botontkalking) betekent letterlijk poreus bot of bot met gaten. Het is het gevolg van verlies van botmassa (botdichtheid) en van verandering in de botstructuur. Osteoporose komt vooral door de leeftijd. De aanleg voor osteoporose kan echter ook gedeeltelijk genetisch bepaald zijn. Als er bij je osteoporose in de familie voorkomt, wordt dat als één van de belangrijkste risicofactoren gezien. Tot nu is er echter geen gen gevonden dat de aanwezigheid of afwezigheid van osteoporose kan voorspellen. Er is wel samenhang aangetoond tussen de aanwezigheid van risicofactoren voor osteoporose enerzijds en veel voorkomende gen mutaties anderzijds in genen, die betrokken zijn bij de bepaling van de botgroei, botontwikkeling, botmassa (botdichtheid), botafbraak en de mate van risico op een botbreuk (fractuur).

Risicofactoren voor osteoporose
Er zijn veel factoren, die je risico verhogen op het ontwikkelen van osteoporose en/of het breken van een bot (fractuur). Het herkennen van je risicofactoren is belangrijk om osteoporose of het breken van een bot (fractuur) te voorkomen of te laten behandelen, voordat het erger wordt. Kijk op Osteoporose – risicofactoren.

Secundaire osteoporose
Je hebt secundaire osteoporose als je daarnaast een andere chronische ziekte hebt. Het verloop van die ziekte bepaalt hoe je secundaire osteoporose zich ontwikkelt. Met reumatoïde artritis (RA) heb je twee keer zoveel kans op osteoporose als iemand die niet ziek is. Dit geldt mogelijk ook, als je axiale SpA, artritis psoriatica en systemische lupus erythematodes (SLE) hebt. Kijk op Osteoporose – risicofactoren.

Leeftijd
Osteoporose komt vaak voor bij mensen boven de 50 jaar, vaker bij vrouwen dan bij mannen. Maar osteoporose kan op elke leeftijd voorkomen. Eén op de twee vrouwen en één op de zes mannen zullen op enig moment in hun leven een, aan osteoporose gerelateerde, botbreuk (fractuur) oplopen. Wereldwijd krijgt ongeveer één op de drie vrouwen en één op de acht mannen osteoporose.

Help mee