Osteoporose – klachten

Huisarts
Als je ziek wordt of klachten hebt, die maar niet weggaan, dan ga je naar de huisarts. Je huisarts is de eerste medische behandelaar om je klachten te behandelen. Lukt het niet om je klachten goed te behandelen en wordt je niet beter, dan zal de huisarts samen met jou kijken naar verdere behandeling. Je huisarts kan je doorsturen naar de reumatoloog of een andere dokter in het ziekenhuis of een kliniek en naar de fysiotherapeut of een oefentherapeut.

Stille ziekte
Osteoporose ontstaat geleidelijk zonder klachten en is een ‘stille ziekte’. Het eerste wat je merkt van osteoporose is vaak een fractuur (botbreuk). Als dit bij je vinger, pols, heup of je been gebeurt, merk je dat direct. Je hebt pijnklachten, je houding verandert en soms heeft het gebroken bot ook een andere stand. Ook kun je lengteverlies hebben en een verkromming van de wervelkolom door het inzakken van rugwervels. De meest voorkomende osteoporotische fracturen treden op bij de wervelkolom, pols en heup. Vooral wervelkolom- en heupfracturen kunnen leiden tot chronische (langdurige) pijn en invaliditeit. Een totale genezing van osteoporose, een totaal herstel van de botmineraaldichtheid (botmassa) van je botten, is niet mogelijk.

Botbreuken
Botbreuken (botfracturen) door botontkalking komen meestal pas voor als je ouder bent. Door de osteoporose worden je botten poreus en dat vergroot de kans op een botbreuk (fractuur). Er ontstaan steeds grotere gaten in het botweefsel en je botten zijn hierdoor minder stevig. Dit geeft in het begin geen klachten. Als je botten verder verzwakken en poreuzer worden, kun je last krijgen van pijn in je bot en kun je bij een kleine val al een bot breken.

Wervelbreuken
Bij wervelbreuken (wervelfracturen) kun je voortdurend rugpijn hebben, omdat je ruggenwervels breken en/of inzakken. De pijn wordt erger als je staat of loopt. Door de inzakkende of brekende wervels krijg je bredere flanken en raakt soms je onderste rib de rand van je bekken (de bekkenkam). Je krijgt ook een voorovergebogen houding (kyfose). Als er meer wervels inzakken, wordt je wervelkolom korter. Je kunt dan 5 tot 15 cm kleiner worden. Je kunt zelf nagaan of dit zo is: vergelijk je huidige lengte met bijvoorbeeld de lengte, die in je paspoort staat genoteerd. Vaak trekt de rugpijn na een paar weken tot maanden weer weg. Maar het kan ook zijn, dat je in het begin niets voelt en pas later (pijn)klachten krijgt of merkt, dat je kleiner bent geworden.

Indeling in stadia osteoporose
De indeling van de World Health Organisation (WHO) is gebaseerd op de botmineraaldichtheid (T-score) en het wel of niet aanwezig zijn van osteoporotische fracturen. De diagnose osteoporose kan alleen gesteld worden als er een botmineraaldichtheidsmeting (DEXA-scan) is gedaan. De indeling in stadia is:
Normaal
– de botmineraaldichtheid (T-score) is niet meer dan 1 standaarddeviatie (SD) lager dan de gemiddelde botdichtheid bij jonge volwassenen (‘piekbotdichtheid’). Een standaarddeviatie (SD) is een afwijking van het standaardgetal.
• Een osteoporotische wervel
1e stadium: Osteopenie.
De botmineraaldichtheid (T-score) is verminderd, maar er is nog geen sprake van osteoporose. De botmineraaldichtheid ligt tussen 1 en 2,5 SD onder de gemiddelde botdichtheid bij jonge volwassenen. Een standaarddeviatie (SD) is een afwijking van het standaardgetal.
2e stadium: Osteoporose.
De botmineraaldichtheid (T-score) ligt meer dan 2,5 SD onder de gemiddelde botdichtheid bij jonge volwassenen. Een standaarddeviatie (SD) is een afwijking van het standaardgetal.
• Een osteoporotische fractuur (botbreuk)
Een ernstige osteoporose zorgt voor osteoporotische fracturen.

Help mee