Osteoporose – diagnose

Huisarts
Als je ziek wordt of klachten hebt, die maar niet weggaan, dan ga je met je klachten naar de huisarts. Je huisarts is de eerste medische behandelaar om je klachten te behandelen. Lukt het niet om je klachten goed te behandelen, dan zal de huisarts samen met jou kijken naar verdere behandeling. Je huisarts kan je doorsturen naar de reumatoloog of een andere dokter in het ziekenhuis of een kliniek en naar een fysiotherapeut.

Diagnose
De huisarts en de dokter in het ziekenhuis of een kliniek geeft je een diagnose op basis van:
• een gesprek met jou over je klachten.
• wat er bij je gevonden wordt met lichamelijk onderzoek.
• de uitslagen van bloedonderzoek en andere onderzoeken.

Wat vraagt de dokter?
• wat zijn je klachten?
• hoe zijn je klachten ontstaan?
• welke klachten of ziekten heb je al eerder gehad?
• wanneer heb je last van je klachten?
• wat verergert je klachten?
• welke medicijnen gebruik je al?
• hoe ziet je dagindeling er ongeveer uit?
• wat voor werk doe je?
• komen er in je familie reumatische ziekten voor?
• ben je ook onder behandeling van een andere dokter?

Lichamelijk onderzoek
Lichamelijk onderzoek kan bijvoorbeeld lengteverlies en een verkromming van de wervelkolom vaststellen. Als je 50 jaar of ouder bent en een bot breekt of je bent kleiner geworden, dan is het verstandig om je te laten onderzoeken op osteoporose. 
Dual energy x-ray absorptiometrie (DEXA)
DEXA is de meest gebruikte röntgentest om je botmineraaldichtheid (BMD) te meten. De röntgenstraling bij een DEXA-meting is veel minder dan bij een gewone röntgenfoto.
De diagnose osteoporose is gebaseerd op het meten van je botmineraaldichtheid (BMD). Met een meting van de botmineraaldichtheid wordt je hoeveelheid botmassa gemeten. De botmineraaldichtheid wordt vastgesteld door de hoeveelheid mineralen in de botten, die röntgenstraling absorberen, te onderzoeken. Bij deze botdichtheidsmeting wordt met behulp van röntgenstraling gemeten hoeveel calcium je botten bevatten (botdichtheid). Vervolgens wordt de botmineraaldichtheid berekend als de botmassa (in grammen), gedeeld door het gebied van het bestraalde bot. De meting van de botmassa wordt gedaan op verschillende botten in je lichaam, zoals de botten in je wervelkolom in rug en onderrug en in je heup.
Je DEXA-testresultaten worden vergeleken met de botmineraaldichtheid (BMD) van jonge, gezonde mensen via een meting, de T-score. De T-score bij de DEXA meting voor botmineraaldichtheid (BMD) is:
1. Normaal (niets aan de hand) is niet lager dan -1.0.
2. Osteopenie (mild BMD-verlies) is tussen -1,0 en -2,5.
3. Osteoporose is 2,5 of lager.
• Vertebral Fracture Assessment (VFA)
Een DEXA-meting kan worden aangevuld met een Vertebral Fracture Assessment (VFA). Bij een VFA of wervelhoogtemeting wordt de hoogte van je afzonderlijke wervels bepaald. De Vertebral Fracture Assessment (VFA) brengt je risico op een botbreuk in kaart. Dit gaat tegelijk met het maken van de DEXA-scan. Er kan ook een röntgenfoto van je rug gemaakt worden om de stand van je wervels zichtbaar te maken.
De dokter meet ook je lengte. Ben je gekrompen? Je huidige lengte wordt vergeleken met je lengte op een jongere leeftijd, zoals bijvoorbeeld is aangegeven in je paspoort. Door deze vergelijking kan de dokter zien of je kleiner bent geworden. Als je een voorovergebogen houding hebt, kun je ingezakte wervels hebben.
• FRAX-score
De FRAX-score is de Fracture Risk Assessment Tool. Als je bij de DEXA een T-score tussen -1,0 en -2,5 hebt, dan heb je osteopenie en wordt de FRAX-score gebruikt om te zien of je een behandeling nodig hebt. In geval van osteopenie en afwezigheid van één of meerdere wervelinzakkingen of het ontbreken van een Vertebral Fracture Assessment (VFA) of beeldvorming van de wervelkolom, kan de FRAX-score worden gebruikt. Je FRAX-score is je risico inschatting op een osteoporose-gerelateerde fractuur in de komende 10 jaar.
Vanwege de bot verzwakkende effecten van de menopauze heeft 1 op de 2 vrouwen, ouder dan 50 jaar, een fractuur (botbreuk) door osteoporose. Mannen hebben ook meer kans om een bot te breken, als ze ouder worden. Om vooraf je risico op een fractuur (botbreuk) te helpen berekenen, is de Fracture Risk Assessment Tool (FRAX) ontwikkeld.
Röntgenfoto
Een röntgenfoto is een afbeelding, die wordt gemaakt met behulp van straling. De röntgenfoto wordt gemaakt van je rug om de positie van je ruggenwervels en wervelkolom te zien en inzakkingen in de rugwervels uit te sluiten. De breuk van de osteoporotische fractuur is te zien. De dokter kan ook zien of er oedeemvorming (ophoping van vocht) is en of de breuk recent is.
Valrisico
Als je valt, loop je kans op een botbreuk (fractuur), dus je dokter zal je vragen óf en hoe vaak je het afgelopen jaar bent gevallen. De dokter zal ook onderzoeken hoe het met je spierkracht is en of je in evenwicht kunt blijven staan. De dokter brengt zo je persoonlijke valrisico in kaart. Je kunt naar een fysiotherapeut verwezen worden voor een valpreventiecursus.

Bloedonderzoek
Vitamine D en calcium
De dokter laat je bloed onderzoeken om te weten of je lichaam voldoende vitamine D en calcium heeft. Vitamine D zorgt ervoor dat je lichaam calcium via je voeding opneemt en heeft invloed op je spierkracht. Calcium is een bouwstof voor je botten.
Secundaire osteoporose bij sommige aandoeningen
De dokter laat ook andere stoffen in je bloed en je urine onderzoeken. Soms krijg je osteoporose, als je bijvoorbeeld een reumatische ziekte hebt, zoals reumatoïde artritis (RA), axiale spondyloartritis (axiale SpA) of systemische lupus erythematodes (SLE). Soms ontstaat osteoporose, omdat je bepaalde medicijnen, zoals corticosteroïden, gebruikt. De dokter zal je bloedbeeld, calcium (in de urine), fosfaatspiegels, nierfunctie, de vitamine D-spiegels in het bloed, leverenzymen en hormonen laten onderzoeken. Ook wordt gekeken naar de aanwezige afbraakproducten in je urine, die vrijkomen als er bijvoorbeeld een verhoogde botafbraak is. Het is belangrijk om, als je een andere ziekte hebt, te weten of er een risico is op osteoporose, omdat dit een belangrijke voorspeller is voor botbreuken.

Na de diagnose bespreekt je dokter samen met jou welke behandeling het beste voor jou kan zijn en wordt er een keuze voor een behandeling genomen. Je kunt ook naar een andere dokter of een andere zorgverlener, bijvoorbeeld een fysiotherapeut, doorverwezen worden.