Medicijn – wisselen

Redenen om medicijnen ongevraagd te wisselen

Als je reuma hebt, kun je erover meepraten: dagelijks medicijnen gebruiken. Vaak is het wennen, maar uiteindelijk wen je er aan. Je bent ingesteld op je medicijn(en) en je voelt je er goed bij. Totdat je voor een herhaalrecept bij de apotheek komt en niet je vertrouwde medicijn meekrijgt, maar een ander vergelijkbaar medicijn.
Jaarlijks worden in de apotheek mensen één of meer keren zonder te vragen overgezet naar een ander medicijn. De apotheek kan je wisselen van een merkmedicijn naar een merkloos (generiek) medicijn. Maar het kan ook een wisseling zijn tussen merkmedicijnen of een wisseling tussen merkloze (generieke) medicijnen.
De wisseling van medicijn gebeurt niet, omdat je dokter, verpleegkundige of praktijkondersteuner dat nodig vindt, maar om een andere reden.
Het gebeurt bijvoorbeeld:
• als een ander merk van hetzelfde medicijn minder kost.
Dit komt door het preferentiebeleid van de zorgverzekeraars.
• als je zorgverzekeraar het oude merk niet meer vergoedt.
Dit komt door het preferentiebeleid van de zorgverzekeraars.
• als het oude merk even niet op voorraad is.
De oorzaak hiervan is een medicijntekort.
• als het oude merk helemaal niet meer geleverd kan worden.
Dit kan komen door het preferentiebeleid of als de maker van een medicijn dit uit de markt haalt.

Wat is het preferentiebeleid?
Elke zorgverzekeraar kan zijn voorkeursmedicijn kiezen binnen een groep medicijnen met dezelfde werkzame stof. De zorgverzekeraar kiest vaak voor het goedkoopste medicijn en vergoedt alleen dat specifieke medicijn. Dit is vaak een generiek (merkloos) medicijn, omdat dit goedkoper is dan een merkmedicijn. Dat noemen we preferentiebeleid of voorkeursbeleid.
Veel medicijnen met dezelfde werkzame stof zijn van verschillende merken of merkloos beschikbaar en kunnen ook flink in prijs verschillen. Bij het preferentiebeleid kiest de zorgverzekeraar één generiek (merkloos) of merkmedicijn met de laagste prijs als voorkeursmedicijn. Alleen dit medicijn met de laagste prijs krijg je dan vergoed. Dat kan betekenen dat je medicijn er anders uitziet, bijvoorbeeld de pil heeft een andere vorm, kleur of hulpstoffen.
Je kunt bij je zorgverzekeraar nagaan of jouw medicijnen onder het preferentiebeleid vallen. Niet alle zorgverzekeraars gebruiken een preferentiebeleid. Ook bestaan er verschillende vormen van een preferentiebeleid. Elke zorgverzekeraar kan zelf kiezen of en hoe ze het preferentiebeleid toepassen. Bij je zorgverzekeraar kun je vragen naar de voorwaarden van het preferentiebeleid. In de polisvoorwaarden, op de website of via de klantenservice van je zorgverzekeraar kun je daarover informatie vinden. Op de website zal staan, welke medicijnen zijn aangewezen als voorkeursmiddelen bij het gekozen preferentiebeleid. De informatie is ook makkelijk te vinden via https://zorgverzekeringskaart.nl/. Als je op die website een verzekering van een zorgverzekeraar aanklikt, zie je de voorwaarden onder het kopje Zijn er dekkingsbeperkingen?

Veilig wisselen van medicijnen

Leidraad verantwoord wisselen medicijnen
De meeste medicijnen kunnen vervangen worden door een ander medicijn. Maar dat geldt niet voor alle medicijnen. Daarom zijn er afspraken gemaakt over het wisselen van medicijnen. Deze vind je terug in de 2022 DEF Leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen en in de 2024 Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen.
Het wisselen van een medicijn mag niet vaker gebeuren dan 1 keer in de 2 jaar. Vaker wisselen kan anders mogelijk voor problemen zorgen, bijvoorbeeld, omdat je misschien je medicijn verkeerd gaat gebruiken. Bij hoge uitzondering kan er vaker dan 1 keer in de 2 jaar gewisseld worden, maar alléén als het echt niet anders kan. Dat is bijvoorbeeld als het medicijn niet meer geleverd wordt door de maker van het medicijn of als er een medicijntekort is.

Bij welke medicijnen mag je niet wisselen?
Er zijn medicijnen, waarbij je niet mag wisselen naar een ander medicijn of alleen maar onder voorwaarden en begeleiding van je dokter. Redenen kunnen zijn:
• een medicijn kan giftig zijn, als je er teveel van binnenkrijgt.
• een medicijn kan zijn werking verliezen, als je te weinig binnenkrijgt van dit medicijn.
• er zijn een aantal medicijnen, waarbij het wisselen voor grote problemen kan zorgen:
› acenocoumarol: een antistollingsmedicijn (bloedverdunner).
› digoxine: dit medicijn zorgt voor een betere pompkracht van het hart en een rustige, regelmatige hartslag.
› flecaïnide: dit medicijn wordt gebruikt bij hartritmestoornissen.
• medicijnen bij epilepsie.
• medicijnen, die je afweer verminderen.
Deze medicijnen vind je in deze lijst: Medicijnen alleen met begeleiding te wisselen
Soms kan het gebeuren dat je bij één van de medicijnen uit deze lijst toch (tijdelijk) moet wisselen. Dat is bijvoorbeeld als het medicijn niet meer geleverd wordt door de maker van het medicijn of als er een medicijntekort is. In sommige gevallen zal het nodig zijn om extra gecontroleerd te worden door je dokter. Zo kan de dokter als het nodig is de dosis aanpassen. Als je oude medicijn er weer is, dan kun je weer overstappen met begeleiding.

Bij welke medicijnen kun je alleen onder begeleiding wisselen?
Er zijn medicijnen, die voor veel klachten kunnen zorgen, als je ze niet op de goede manier gebruikt. Daarom mag je bij deze medicijnen alleen onder begeleiding wisselen. Je wordt dan begeleid door de apotheek en soms door je dokter.
Deze medicijnen vind je in deze lijst: Medicijnen alleen met begeleiding te wisselen

Wanneer kun je beter niet van medicijn wisselen?
Er moet bij het wisselen van een medicijn rekening gehouden worden met je persoonlijke situatie. In sommige situaties wordt het dan afgeraden om van medicijn te wisselen. Voorbeelden hiervan zijn:
• als je alzheimer of dementie hebt.
• als je minder goed kunt nadenken, leren of onthouden.
• als je ernstige psychische problemen hebt, bijvoorbeeld een psychose.
• als je een ziekte hebt, waarbij het heel belangrijk is, dat je je medicijnen altijd op precies dezelfde manier en op hetzelfde moment moet innemen.
• als je slechtziend bent.
• als je eerder een ander medicijn hebt gekregen en deze toen verkeerd hebt gebruikt.
• als je allergisch bent voor één of meerdere hulpstoffen.
De arts moet bepalen of je in jouw situatie veilig van merk medicijn kan wisselen. Is dit niet het geval? Dan zet de arts MN ‘medische noodzaak’ op het recept van je medicijn en geeft dit door aan de apotheek.

Voorschrijven en wisselen medicijnen

Wat is het verschil tussen medicijnen?
Als je van je apotheek een nieuw medicijn meekrijgt, dan zal de apotheek je een medicijn geven met dezelfde manier van innemen. Een pil blijft een pil en een injectiespuit blijft een injectiespuit. Het nieuwe medicijn moet ook dezelfde werkzame stof hebben, waardoor je het medicijn precies zo werkt als het oude medicijn. Elk medicijn heeft een werkzame stof, deze pakt je klachten of ziekte aan, en hulpstoffen, dit zijn stoffen, die ervoor zorgen, dat het medicijn bijvoorbeeld langer bewaard kan worden. Je nieuwe medicijn heeft dus precies dezelfde werkzame stof, dezelfde dosis en dezelfde manier van innemen, maar is van een andere maker.
Het oude en het nieuwe medicijn zijn dus deels hetzelfde, maar er zitten ook verschillen in. Zo’n medicijnwissel kan voor gezondheidsklachten zorgen. Bij de meeste mensen gaat het wisselen van medicijn zonder problemen. Het medicijn doet zijn werk. Je hebt geen (extra) klachten. En al snel ben je gewend aan het ‘nieuwe’ medicijn. Maar als het nieuwe medicijn bij jou niet goed werkt of je teveel last hebt van bijwerkingen, dan krijg je gezondheidsklachten.
Als je een ander medicijn krijgt, dan moeten de werkzame stoffen hetzelfde zijn. Maar het nieuwe medicijn heeft bijvoorbeeld andere hulpstoffen, zit in een andere verpakking, heeft een andere vorm of kleur of het smaakt anders. In de meeste gevallen merk je weinig van je overstap naar een ander medicijn. Maar heel soms reageert je lichaam hier wel op. Je kunt dan een bijwerking krijgen van het nieuwe medicijn, dat je eerst niet had en dan heb je daar klachten van. Lees daarom ook de bijsluiter bij het medicijndoosje om te weten of er verschil in hulpstoffen is.

Medicijn op stofnaam
Vaak schrijft de dokter een medicijn op stofnaam voor als je een nieuw medicijn krijgt of bij herhaling van een recept. Dan staat de werkzame stof van het medicijn op het recept. De stofnaam is met een kleine letter geschreven en er is meestal geen merkteken ® bij. Als de dokter alleen de werkzame stof op het recept heeft gezet, maar niet het merk medicijn, dat je gebruikt, dan beslist de apotheek welk medicijn je krijgt. De apotheek volgt daarbij het preferentiebeleid van je zorgverzekeraar. Als je het nieuwe medicijn voor de eerste keer ophaalt, dan wordt het gebruik van het medicijn besproken en krijg je extra informatie mee.

Medische noodzaak
De zorgverzekeraars vergoeden meestal alleen de goedkoopste variant van een medicijn met dezelfde werkzame stof. Soms kan deze variant van het medicijn in jouw situatie niet goed werken, bijvoorbeeld omdat je allergisch bent of veel last hebt van bijwerkingen. Samen met je dokter moet je dan kijken, wat er moet gebeuren.
Als je goed reageert op een bepaald merk medicijn, dat je al gebruikt, dan zal je dokter dat medicijn op merknaam kunnen voorschrijven met ‘MN’ of medische noodzaak. De dokter zet op het recept dan de merknaam, vaak met een merkteken ® erbij. Bij een medische noodzaak wordt het gekozen medicijn vergoed door de zorgverzekeraar. De apotheek zal de ‘MN’ op het recept volgen, behalve er getwijfeld wordt aan de medische noodzaak. De apotheek heeft bij twijfel het eindoordeel over de medische noodzaak. De apothekers sluiten contracten met zorgverzekeraars en daarin kan staan, dat een apotheek medicijnen niet zomaar mag meegeven. Ook niet als er ‘medische noodzaak’ op het recept staat. De apotheek moet dan eerst in overleg met de voorschrijvend dokter om mogelijke alternatieven te bespreken.
Krijg je je ‘oude’ medicijn dan toch niet, dan is aan jou de keus of je er extra voor wilt bijbetalen.

Medicijn niet vergoed
Wanneer een medicijn niet wordt vergoed door de zorgverzekeraar in het basispakket of bij de aanvullende verzekeringen, dan heb je als patiënt een vrije keuze. Je kunt dan het merk of de maker van het medicijn (fabrikant) zelf kiezen. De apotheker of de zorgverzekeraar mogen advies geven, maar kunnen je keuze niet bepalen. Je moet immers zelf de rekening betalen. Het kan wel zijn, dat je eigen apotheek het door jou gevraagde medicijn niet kan leveren. Dan zul je zelf op zoek moeten naar een apotheek, die het medicijn wel kan leveren.

Informatie over de leverbaarheid van medicijnen
Het komt steeds vaker voor dat medicijnen tijdelijk (of definitief) niet meer leverbaar zijn. Via de website van Farmanco kun je informatie krijgen over de beschikbaarheid van een medicijn.

Help mee