Medicijn – medicijntekorten

Steeds vaker (tijdelijk) tekort aan medicijnen

Er is steeds vaker een (tijdelijk) tekort aan medicijnen. Een medicijntekort betekent, dat een medicijn tenminste veertien dagen (tijdelijk) niet of onvoldoende landelijk beschikbaar is. In 2023 waren 2.292 soorten medicijnen minstens twee weken niet leverbaar, zo blijkt uit cijfers van apothekersorganisatie KNMP. In 2022 was dat aantal nog 1.514.
Ook reumamedicijnen waren en zijn steeds vaker minder goed beschikbaar. Als je medicijnen tegen je reuma gebruikt, kan een tekort betekenen dat je een ander medicijn moet gebruiken. Maar misschien werkt dit medicijn niet zo goed als het medicijn, dat je arts heeft voorgeschreven. Of misschien krijg je meer last van bijwerkingen. Soms komt het ook voor dat er geen ander medicijn beschikbaar is. Medicijntekorten kunnen daarom een grote impact hebben op je gezondheid en kwaliteit van leven.

De leveringsweg van medicijnen

Tientallen jaren geleden werden veel medicijnen nog in Europa gemaakt. Maar in de afgelopen dertig jaar is het maken van de medicijnen sterk verschoven naar landen in Azië. De belangrijkste reden hiervoor was geld. In Azië zijn grondstoffen voor medicijnen veel goedkoper en ook het maken van medicijnen kost minder dan in Europa. Daarom is Nederland voor haar medicijnvoorraad steeds afhankelijker geworden van andere landen, vooral van Aziatische landen als China en India.
Nu is de weg van fabriek naar patiënt letterlijk en figuurlijk ook veel langer geworden. Een gemaakt medicijn in Azië gaat via allerlei leveranciers naar Nederland. Uiteindelijk komt het dan via de farmaceutische groothandel in de apotheek terecht. Door dit lange toeleveringstraject kunnen er vertragingen ontstaan, waardoor er gemakkelijker tekorten kunnen ontstaan.
Er zijn nog twee oorzaken, die de kans op medicijntekorten hebben doen toenemen. De eerste oorzaak is, dat het maken van medicijnen in Azië zo goedkoop is, dat veel makers van medicijnen in Europa hun fabrieken hebben gesloten. Er zijn nu wereldwijd nog maar enkele makers van medicijnen. Als er dan met een maker van een medicijn iets aan de hand is, betekent dat ook meteen dat er haast geen andere makers zijn, waarvan het medicijn kan worden gekocht. De tweede oorzaak is, dat de huidige medicijnvoorraden de ‘ijzeren voorraad’, die in de hele medicijnketen worden aangehouden, zeer beperkt zijn. Dat komt omdat het geld kost om deze voorraden aan te leggen, maar ook om de medicijnen met hun houdbaarheidsdatum up-to-date te houden.

Wat is een medicijntekort?

Een medicijntekort betekent, dat een medicijn tenminste veertien dagen (tijdelijk) niet of onvoldoende landelijk beschikbaar is. Op de website van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) Farmanco kunnen apothekers melden, dat een medicijn niet beschikbaar is. Een (tijdelijk) verhoogde vraag naar een bepaald medicijn kan ook ineens voor een tekort zorgen. Op deze website staat, als de informatie bekend is, ook wat de oorzaak van het tekort is, wanneer het medicijn naar verwachting weer beschikbaar is en welke manieren er zijn om het tekort op te lossen.
De apotheek kan bijvoorbeeld een tekort van een medicijn oplossen door je een ander medicijn met dezelfde werkzame stof maar mogelijk andere hulpstoffen mee te geven of door een medicijn met een andere werkzame stof mee te geven. Andere mogelijkheden voor de apotheek om het probleem op te lossen, zijn bijvoorbeeld om het medicijn in een ander land te bestellen, door het medicijn in de apotheek zelf te maken of het medicijn voor maximaal één maand bij aflevering mee te geven.

De verwachting is, dat de tekorten aan medicijnen in de toekomst alleen maar vaker gaan voorkomen. Er zijn steeds meer mensen, die medicijnen (gaan) gebruiken, bijvoorbeeld vanwege de vergrijzing en de groeiende wereldbevolking.

Gevolgen van een tekort aan medicijnen

Medicijntekorten hebben verschillende negatieve gevolgen. Als je een voorgeschreven medicijn niet meteen mee krijgt, kan dat betekenen dat je te laat met een behandeling start of dat je behandeling onderbroken wordt. Soms moet je dan een ander medicijn gebruiken. Het kan zijn, dat je daar minder goed op reageert of dat je extra bijwerkingen van het medicijn ervaart. Bovendien kan het gebruik van een ander medicijn verwarrend en stressvol zijn, waardoor je het medicijn misschien verkeerd gebruikt. Dat kan allemaal leiden tot gezondheidsproblemen.
Een ander medicijn kan ook leiden tot hogere kosten, als de zorgverzekeraar het medicijn misschien niet vergoedt.
In het uiterste geval is er mogelijk geen ander medicijn beschikbaar en kun je geen medicijnen gebruiken. Medicijntekorten vormen daarmee een gevaar voor de gezondheid en kunnen leiden tot een verminderde kwaliteit van leven. Bovendien zijn apothekers veel tijd kwijt aan het zoeken naar manieren om medicijntekorten op te lossen. Dit gaat ten koste van hun andere dagelijkse werkzaamheden en zorgt voor een verminderde kwaliteit van de patiëntenzorg.

Betaalbaar houden van medicijnen

De Rijksoverheid maakt afspraken met dokters, apothekers en zorgverzekeraars om de kosten van medicijnen te beheersen. Er geldt een maximumprijs per medicijn en deze staan in de Wet geneesmiddelenprijzen. De maximumprijs van een medicijn wordt vastgesteld door het gemiddelde te nemen van de prijs voor een vergelijkbaar medicijn in 4 referentielanden. Sinds december 2019 zijn dat Noorwegen, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
Zorgverzekeraars vergoeden medicijnen, die je bij de apotheek haalt, alleen als deze medicijnen geregistreerd en opgenomen zijn in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). In het GVS zitten ongeveer 400 verschillende groepen medicijnen. De medicijnen binnen zo’n groep zijn onderling vervangbaar bij een behandeling. Voor iedere groep in het GVS geldt een maximale vergoeding. Als de prijs van een medicijn hoger is dan deze vergoedingslimiet, moet je als patiënt het verschil zelf bijbetalen. Dit betekent dat de meeste zorgverzekeraars meestal alleen de goedkoopste variant van medicijnen met dezelfde werkzame stof vergoeden. Dat is het zogenaamde preferentiebeleid of voorkeursbeleid. Maar als deze goedkoopste variant niet geleverd kan worden, ontstaat er een probleem.

Gevolg van preferentiebeleid

Het medicijntekort speelt over de gehele wereld, maar het is in Nederland een extra groot probleem. Dit komt, omdat medicijnen in Nederland relatief goedkoop zijn en de zorgverzekeraars volgens het preferentiebeleid vergoeden. Aangezien de prijzen in Nederland voor medicijnen zo laag zijn en er relatief gezien maar weinig mensen wonen, is het voor makers van medicijnen niet aantrekkelijk om het medicijn, in het geval van een tekort, aan Nederland te verkopen. Dan is het voor hun aantrekkelijker om het medicijn aan een ander land verkopen, waar de afzetmarkt groter is en ze een hogere prijs krijgen voor hun medicijn. Pas als de tekorten weer zijn aangevuld, verkopen zij ook aan Nederland weer medicijnen. Maar daarmee staat Nederland als het ware achteraan in de rij. Makers van medicijnen kunnen een medicijn ook helemaal van de Nederlandse markt halen, als het te weinig opbrengt.

Wat zijn mogelijke oplossingen?

Er zijn verschillende manieren om medicijntekorten in de toekomst tegen te gaan.
Handelsvergunningshouders van medicijnen en groothandelaren in medicijnen zijn per 1 januari 2023 verplicht om een voorraad medicijnen aan te leggen van tweeënhalve maand (10 weken), ook wel de ‘ijzeren voorraad’ genoemd. Handelsvergunningshouders van medicijnen, die medicijnen op recept aan patiënten mogen geven, zijn: • apothekers, • huisartsen met een vergunning voor apotheker, en • personen en instanties met een speciale vergunning. De nieuwe beleidsregel geldt voor medicijnen op recept. Maar een aantal categorieën medicijnen is uitgezonderd, bijvoorbeeld medicijnen, die beperkt houdbaar zijn. Ook vallen collegiaal doorleverende apothekers niet onder de regel voor de ‘ijzeren voorraad’. Naar verwachting kan het aanhouden van zo’n voorraad een deel van de tekorten terugdringen.
Een optie als een sterkere internationale samenwerking is ook nodig, bijvoorbeeld om een productieketen van medicijnen in Europa, dichterbij Nederland, op te zetten. Een levering van dichtbij zou de tekorten kunnen verminderen.
Een andere optie zou de versoepeling van het preferentiebeleid van de zorgverzekeraars kunnen zijn door het afsluiten van contracten met meerdere makers van dezelfde medicijnen.

Onderzoek Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland (RZN)

In 2023 heeft een projectgroep van RZN de leveringsproblemen van medicijnen voor mensen met reuma onderzocht i.v.m. medicijntekorten. Hier leest u er meer over:
RZN Factsheet Impact en communicatie van leveringsproblemen bij medicijnen

Help mee