Medicijn – stoppen 

Medicijn stoppen: slaapmiddelen en zware pijnstillers

Er zijn drie groepen medicijnen, waar je niet zomaar mee kunt stoppen. Als je deze medicijnen voorgeschreven krijgt, moet je ze vaak voor langere tijd gebruiken en is afbouwen een vereiste.

1e groep medicijnen
Deze groep bestaat uit medicijnen, die lichamelijk en geestelijk verslavend werken, zoals slaapmiddelen en zware pijnstillers.
Een verslaving is zowel lichamelijk als geestelijk. Bij lichamelijke afhankelijkheid raakt je lichaam gewend aan het medicijn, je valt er gemakkelijk mee in slaap of de pijn wordt steeds minder of verdwijnt bij gebruik van het medicijn. Bij geestelijke afhankelijkheid denken je hersenen, dat ze niet meer zonder het medicijn kunnen werken. Als je geestelijk verslaafd bent aan een medicijn, wil je dat medicijn steeds weer gebruiken. Het voelt als ‘moeten’ en het wordt steeds moeilijker om zonder deze medicijnen te leven. Alleen al de gedachte het zonder dat medicijn te moeten doen, is doodeng.
Gebruik je deze medicijnen al een tijd en stop je meteen, dan kun je ontwenningsverschijnselen krijgen. Je wilt dan misschien weer doorgaan met slikken van je medicijn, terwijl dat niet goed voor je is. Waarom kun je niet zomaar stoppen? Door het gebruik van de medicijnen zijn je hersenen ‘veranderd’. Waar je in eerste instantie het medicijn gebruikt, omdat het je een fijn gevoel geeft, verandert dit langzaam naar ‘moeten’ gebruiken of doen. Je voelt je anders niet meer goed en hebt het medicijn nodig om te kunnen functioneren. Want het gedeelte in je hersenen waar je verstandige beslissingen mee neemt, is aangetast. Daarnaast zorgen ontwenningsverschijnselen ervoor, dat het soms onmogelijk lijkt om te stoppen met de verslaving.
Wanneer ben je dan verslaafd? Dat is het moment waarop je niet meer zonder het medicijn kunt: het is een noodzaak geworden.

Slaapmiddelen
Slaapmiddelen werken alleen, als je ze voor een korte tijd gebruikt. Als je ze langer dan 2 weken gebruikt, verdwijnen de voordelen en blijven de nadelen over. Slaapmiddelen werken tijdelijk, maar lossen de oorzaak van jouw slaapproblemen niet op. Werkzame stoffen in slaapmiddelen (benzodiazepinen) werken rustgevend. De werkzame stoffen zijn: midazolam, temazepam, zopiclon, oxazepam en lorazepam. Je raakt snel gewend aan de slaapmiddelen en als je ze langer dan 2 weken gebruikt, helpen ze steeds minder. Je hebt dan steeds meer slaapmiddelen nodig om te kunnen slapen.
Het wordt, als je de slaapmiddelen langer gebruikt, steeds moeilijker om te stoppen. Soms raak je eraan verslaafd. Slaapmiddelen blijven langer in je bloed dan nodig is, sommige slaapmiddelen zelfs 2 dagen. Je kunt ontwenningsverschijnselen krijgen, als je ermee stopt. Ontwenningsverschijnselen zijn bij benzodiazepinen onder andere: angst, onrust, misselijkheid, hoofdpijn, diarree, beven, verwardheid, slapeloosheid, vaak wakker worden en veel dromen. Dit zorgt voor sufheid overdag, je reageert minder snel, je kunt je minder goed concentreren en vaak merk je dat zelf niet op. Je loopt meer kans op een ongeluk, je geheugen werkt minder goed en als je al wat ouder bent, loop je kans dat je sneller valt en iets breekt. Tijdens je slaap kun je een verminderde ademhaling krijgen (gevaarlijk bij slaapapneu of longproblemen). Ook kun je last hebben van duizelig zijn, somber zijn, geen interesse meer hebben in wat er om je heen gebeurt, moe zijn, geen of minder zin in vrijen, geheugenverlies en snurken als je slaapt. Gebruik de slaapmiddelen daarom alleen in nood en dan eenmalig of een paar dagen. Overleg altijd met je dokter, wanneer je het medicijn wilt verminderen of af wilt bouwen en stoppen.

Zware pijnstillers
Werkzame stoffen in zware pijnstillers (opioïden/opiaten), die sterk pijnstillend werken, zijn: fentanyl, morfine en oxycodon. Als je iedere dag sterke pijnstillers gebruikt, kan dit overdag zorgen voor sufheid en slaperigheid overdag en klachten als verwardheid, stemmingswisselingen, gapen, tranen, zweten en geheugenverlies.
Opioïden zijn sterke pijnstillers. Ze werken goed bij acute ernstige pijn, maar ze kunnen er ook voor zorgen, dat je vaak last van psychologische en sociale problemen krijgt, bijvoorbeeld last van stemmingswisselingen, geheugenverlies, last van suïcidale gedachten en/of beïnvloeding van het sociale leven op het gebied van werk en relaties. Daarnaast kan de pijn aanhouden en toenemen, zodat de dosering, waarop je begon, na een tijdje niet meer voldoende is. Dan zal de dosering vaak verhoogd moeten worden. Het wordt dan moeilijk om nog te functioneren zonder opioïden en dat betekent afhankelijkheid van het medicijn (verslaving).
De laatste jaren worden deze pijnstillers ook vaker door de dokter op recept voorgeschreven bij chronische pijn, zoals ernstige pijn bij reuma. Dat kan een goede optie zijn, maar er zijn wel risico’s aan verbonden. Als je de opioïden langdurig gebruikt, kan er namelijk verslaving optreden. Hoe langer je  gebruikt, hoe groter het risico op verslaving is. In de afgelopen tien jaar is het aantal mensen met chronische pijn, dat opioïden op recept gebruikt enorm toegenomen. Overleg altijd met je dokter, wanneer je het medicijn wilt verminderen of af wilt bouwen en stoppen.

Begeleiding bij afbouw
Je moet goed begeleid worden bij de afbouw van slaapmiddelen en sterke pijnstillers, zodat de ontwenningsverschijnselen goed aangepakt kunnen worden.
Overleg altijd met je dokter of apotheek over een langzame afbouw door steeds wat minder van het medicijn te gebruiken. Je krijgt minder ontwenningsverschijnselen door langzaam af te bouwen. Het afbouwen kan bijwerkingen geven, die lijken op de klachten waarmee je begon.

Medicijn stoppen: tegen depressie, ontstekingen of epilepsie

2e groep medicijnen
Deze groep bestaat uit medicijnen tegen depressie, ontstekingsreacties en epilepsie.
Deze medicijnen zijn niet verslavend, maar toch kun je hier niet zomaar mee stoppen. Net als bij verslavende medicijnen moet je met deze medicijnen langzaam stoppen om bijwerkingen en/of ontwenningsverschijnselen te voorkomen.

Medicijnen tegen depressie
De werkzame stoffen in de medicijnen tegen depressie (antidepressiva), zijn fluoxetine, paroxetine, amitriptyline, mirtazepine, venlafaxine. De meeste mensen bouwen hun medicijnen tegen depressie zonder problemen af. Maar niet iedereen lukt dat. Soms krijg je een terugval, waarbij je opnieuw last van depressieve gevoelens of angstklachten hebt.
Je kunt ook onttrekkingsverschijnselen krijgen, omdat je lichaam moet wennen aan een lagere dosis medicijn, stoppen met je medicijnen of te snel afbouwen. Maar onttrekkingsverschijnselen ontstaan lang niet altijd. Als ze ontstaan tijdens het afbouwen van het medicijn, dan gebeurt dit vaker bij de laatste stappen van het afbouwen. Ze beginnen meestal 1 tot 2 dagen na het stoppen met je medicijnen of na het verlagen van een dosis. Onttrekkingsverschijnselen verdwijnen meestal vanzelf. Dit kan een paar dagen duren, soms een week, maar soms ook langer. Het verschil tussen een terugval en onttrekkingsverschijnselen is soms lastig te bepalen. De meest genoemde klachten bij het stoppen met medicijnen tegen depressie zijn: een griepachtig gevoel (hoofdpijn, moeheid, rillingen, verminderde eetlust), slaapproblemen, psychische klachten, misselijkheid, maag-darm klachten, duizeligheid, evenwichtsproblemen, problemen met bewegen, elektrische schokjes of trillende handen of armen, storing in signalen van zintuigen, prikkelbaarheid, spanning, angst, somberheid. Overleg altijd met je dokter, wanneer je het medicijn wilt verminderen of af wilt bouwen en stoppen.

Medicijnen tegen ontstekingsreacties
De werkzame stoffen in de medicijnen tegen ontstekingsreacties (corticosteroïden) zijn prednisolon en prednison en ze zijn verkrijgbaar onder diverse merknamen. Het zijn medicijnen, die behoren tot de groep corticosteroïden. Deze groep medicijnen is een kunstmatige variant van het bijnierschorshormoon dat je lichaam zelf aanmaakt. Deze hormonen remmen ontstekingen en overgevoeligheidsreacties, bijvoorbeeld uitslag na contact met een vreemde stof.
Corticosteroïden worden gegeven bij verschillende ziekten, waarbij ontstekingsverschijnselen een rol spelen, zoals: astma, chronische longziekten, reuma en allergische reacties. Het medicijn kan gegeven worden als ‘stootkuur’ (periode van enkele dagen tot weken) of als onderhoudsbehandeling.
Je mag nooit zomaar stoppen met deze medicijnen als je ze langer dan drie weken achter elkaar hebt gebruikt. Het is belangrijk, dat je het gebruik van deze medicijnen langzaam afbouwt, als je het medicijn langdurig gebruikt. Je lichaam is gewend geraakt aan het medicijn. In één keer stoppen met prednisolon of prednison kan erg gevaarlijk zijn. Als je prednisolon of prednison slikt, maakt je lichaam zelf namelijk minder corticosteroïden aan. Prednisolon of prednison is een bijnierschorshormoon, dat lijkt op het hormoon dat je lichaam zelf aanmaakt in de bijnieren. Bij langdurig gebruik van prednisolon of prednison gaat je lichaam het zien als een eigen hormoon. Je lichaam gaat het teveel aan hormonen compenseren door zelf minder bijnierschorshormonen aan te maken. Als je dan plotseling stopt, kan je eigen lichaam niet zo snel starten met het aanmaken van corticosteroïden. Er kan dan een tekort aan corticosteroïden in je lichaam ontstaan. Daarom moet je deze medicijnen langzaam afbouwen. Dan krijgt je lichaam de tijd om weer normaal te gaan werken. Als je plotseling zou stoppen, dan zijn mogelijke ontwenningsverschijnselen bij medicijnen tegen ontstekingsreacties: koorts, spierpijn, gewrichtspijn, malaise/zwakte, hoofdpijn, hartkloppingen, misselijkheid, duizeligheid, diarree en vermoeidheid.
Als je lichamelijke klachten terugkomen tijdens het afbouwen, dan moet je de dosering van de week ervoor herhalen. Als je klachten verbeteren, dan probeer je een week later weer verder af te bouwen. Overleg altijd met je dokter, wanneer je het medicijn wilt verminderen of af wilt bouwen en stoppen.

Medicijnen tegen epilepsie
De werkzame stoffen in de medicijnen tegen epilepsie (anti-epileptica) zijn carbamazepine, fenytoïne, valproïnezuur. Anti-epileptica is een groep van medicijnen, die overmatige ontlading van de hersencellen proberen te onderdrukken en hierdoor epileptische aanvallen te voorkomen. De behandeling met medicijnen duurt meestal jaren en soms zelfs een leven lang, afhankelijk van de onderliggende oorzaak van de epileptische aanvallen. Je moet je medicijnen regelmatig innemen, want na het overslaan van één of meerdere doses wordt het risico op een epileptische aanval groter.
Soms kan in overleg besloten worden om te gaan proberen of het medicijn kan worden afgebouwd, als je door de medicijnen aanvalsvrij bent geworden. Bij een grote groep lukt het om zonder medicijnen door te gaan en aanvalsvrij te blijven. Maar anderen krijgen toch weer aanvallen, waarop de behandeling met medicijnen hervat moet worden. Ontwenningsverschijnselen zijn bij medicijnen tegen epilepsie: epileptische aanvallen (onttrekkingsinsult). Of je een medicijn kunt afbouwen, hangt af van het type epilepsie, dat je hebt. Het is belangrijk nooit ineens te stoppen met het innemen van het medicijn. Dat kan namelijk ernstige en langdurige aanvallen uitlokken. Overleg altijd met je dokter, wanneer je het medicijn wilt verminderen of af wilt bouwen en stoppen.

Begeleiding bij afbouw
Als je wilt stoppen met medicijnen, overleg dat altijd met je dokter of apotheek. Je moet de tijd nemen om (langzaam) af te bouwen in stapjes door steeds wat minder van het medicijn te gaan gebruiken in overleg met je dokter. Als je te snel stopt met het gebruik van deze medicijnen, kun je je erg vervelend voelen door ontwenningsverschijnselen. De klachten verschillen per type medicijn. Het afbouwen kan bijwerkingen geven, die lijken op de klachten waarmee je begon.

Medicijn stoppen: tegen hoofdpijn, verstopping of neusverkoudheid

3e groep medicijnen
Deze medicijnen op recept en zelfzorgmedicijnen tegen hoofdpijn, verstopping in de darmen (Bisacodyl) of neusverkoudheid kunnen bij té lang gebruik je klachten erger maken. Het is dus belangrijk, dat je deze medicijnen niet langer gebruikt dan nodig.
Deze groep medicijnen op recept en zelfzorgmedicijnen is niet verslavend, dus langzaam stoppen is niet nodig.
Je kunt je na het stoppen met deze medicijnen wel erg beroerd gaan voelen.

De werkzame stof in pijnstillers tegen hoofdpijn of migraine zijn paracetamol, ibuprofen, naproxen, ergotamine. Als je vaak pijnstillers tegen hoofdpijn gebruikt, kunnen deze medicijnen bij lang gebruik juist hoofdpijn geven. Zo kan de hoofdpijn bijvoorbeeld een aantal weken erger worden en dag en nacht doorgaan. De enige oplossing is compleet te stoppen met het gebruik van de pijnstillers.

De werkzame stoffen in sprays en druppels tegen een verstopte neus zijn bijvoorbeeld xylometazoline, oxymetazoline, tramazoline. Sprays tegen een verstopte neus laten het neusslijmvlies kleiner worden, zodat je vrijer kunt ademhalen. Maar bij gebruik langer dan 1 week zwelt het neusslijmvlies weer op en wordt groter. Je houdt een verstopte neus en als je het medicijn blijft gebruiken, dan kun je het neusslijmvlies blijvend beschadigen. Het advies is daarom om deze sprays en druppels niet langer dan 1 week te gebruiken. Neusdruppels met alléén fysiologisch zout zijn wel zonder probleem te gebruiken.

Bisacodyl is een medicijn tegen verstopping van de darmen. Het zorgt ervoor dat de darminhoud vocht opneemt en vasthoudt. Hierdoor gaat de darm werken. Als je dit medicijn langere tijd gebruikt, kan de darm ‘lui’ worden en komt de ontlasting niet meer vanzelf. Het advies is om bisacodyl niet langer dan 3 dagen achter elkaar gebruiken.
Het is belangrijk, dat je je medicijnen niet langer gebruikt dan volgens het advies van je dokter of de apotheek.

Stoppen met andere medicijnen op recept

Als je wilt stoppen met medicijnen, die je kort of langer voorgeschreven krijgt, overleg dan altijd met je dokter, wanneer je met het medicijn wilt stoppen. Je dokter heeft je medicijnen voorgeschreven met een op jou afgestemde dosering. Om de dosering te bepalen, is gekeken naar jouw specifieke situatie. Er is bijvoorbeeld ook rekening gehouden met andere medicijnen, die je al gebruikt. Zelf de dosering aanpassen of meteen stoppen, kun je beter in overleg met de dokter of apotheek doen.

Medicijnkuur
Als je een medicijnkuur krijgt, dan moet je stoppen aan het einde van de kuur. Het is niet goed om te stoppen vóórdat een medicijnkuur afgelopen is, want dan werkt het medicijn niet goed en loop je de kans dat er nog virussen of bacteriën in je lichaam blijven zitten, die zich kunnen vermenigvuldigen. Als het virus of de bacterie in je lichaam actief blijft, dan krijg je op termijn weer klachten of complicaties en wordt de ziekte erger. Het helemaal afmaken van de kuur is belangrijk om beter te worden. En door de kuur helemaal af te maken, is de kans het grootst dat alle virus- of bacterieresten uit je lichaam verdwijnen.

Antibioticakuur
Je moet een antibioticakuur altijd afmaken. Als je te vroeg stopt, dan kunnen de virussen of bacteriën, waarvan je ziek bent geworden, weer opnieuw voor problemen zorgen en op den duur resistent worden tegen de antibiotica, die je krijgt voorgeschreven.

Help mee