Medicijn – medicijn

Wat is een medicijn?

Een medicijn is een werkzame stof, die helpt om een ziekte te genezen, te voorkomen of de klachten en gevolgen van de ziekte te verminderen. De werkzame stof wordt API (Active Pharmaceutical Ingredient) genoemd. Je kunt medicijnen verdelen in:
Diagnostica. Deze medicijnen genezen niets, maar helpen om zichtbaar te maken, wat er mankeert bij een medische klacht. Voorbeelden zijn: › een contrastvloeistof (toediening is intraveneus (via ader) of parenteraal (via maag/darmstelsel); › een allergeen teststof (toediening is dermaal (via de huid); › een tandplak kauwtablet (toediening is oraal (via de mond).
Symptomatische medicijnen. Deze medicijnen pakken niet de oorzaak aan, maar nemen medische klachten en andere ziekteverschijnselen weg. Bijvoorbeeld: › antidepressiva; › middelen tegen overgevoeligheid (allergie); › antihypertensiva (bloeddrukverlagers); › een maagzuur neutraliserend medicijn; › aspirine.
Preventief werkende medicijnen. Deze medicijnen genezen niet, maar voorkomen, dat je ziek wordt. Bijvoorbeeld: › vaccins; › antiseptica (ontsmettende middelen voor op levend weefsel, zoals de huid).
Leefstijlmiddelen. Deze middelen genezen niet, maar wijzigen een ongewenste toestand in een gewenste toestand. Bijvoorbeeld: › anticonceptiva (de pil); › concentratie/prestatieverhogende middelen, zoals modafinil (narcolepsie; onbedwingbare slaapaanvallen), › ritalin (adhd).
Curatieve medicijnen. Deze medicijnen kunnen genezen. Bijvoorbeeld: › antibiotica.

Welke stoffen vind je in een medicijn?
Medicijnen bevatten biologisch actieve werkzame stoffen, die een plantaardige of dierlijke oorsprong kunnen hebben, maar de meeste medicijnen worden met synthetische stoffen gemaakt in een fabriek. De naam van het medicijn en de namen van de werkzame stof en hulpstoffen in het medicijn moeten altijd op het medicijndoosje en in de bijsluiter staan. In de bijsluiter staat meer informatie over de werkzame stof en de hulpstoffen en de houdbaarheid van je medicijn. De werkzame stof zorgt ervoor, dat je medicijn werkt, bijvoorbeeld door het verminderen van pijn, het verlagen van koorts of het doden van een bacterie.
Medicijnen bevatten ook hulpstoffen. Deze hebben verschillende eigenschappen en zorgen bijvoorbeeld voor de kleur of de smaak van een tablet. Maar ze worden ook gebruikt om een bepaalde toedieningsvorm van een medicijn mogelijk te maken. Dit is belangrijk om een medicijn te laten werken, anders kan de werking minder zijn of werkt het medicijn niet. De hulpstoffen zorgen er voor, dat de werkzame stof op de juiste plaats terecht komt en daar zijn werk kan doen.
Hulpstoffen worden ingedeeld onder farmaceutische hulpstoffen en therapeutische hulpstoffen.
De farmaceutische hulpstoffen zijn nodig voor het maken van het medicijn, bijvoorbeeld voor:
• de vorm: een tablet -, capsule -, drank -, zalf -, zetpil -vorm. Vulstoffen en verdikkingsmiddelen vullen de inhoud op.
• de eigenschappen: een bepaalde kleur (kleurstoffen); een bepaalde smaak (smaakstoffen); een maagsapbestendige coating; een vertraagde afgifte (retard-vorm = dat een tablet pas in je darm uiteen valt); een granuleermiddel (zorgt, dat een tablet met een bepaalde snelheid in je maag uiteen valt).
• de houdbaarheid: gebruik van een conserveermiddel.
De therapeutische hulpstoffen ondersteunen de werking van een medicijn, bijvoorbeeld door:
• versterking van de werking: clavulaanzuur.
• vermindering van de bijwerking: mercapto-ethaan-sulfonzuur.
• remming van de afbraak van het medicijn: bijvoorbeeld carbidopa.
Bij een merkloos (generiek) medicijn kunnen de hulpstoffen verschillen van die in het merkmedicijn. Dan zit er bijvoorbeeld tarwezetmeel in plaats van maiszetmeel in. Soms kun je flinke klachten krijgen als je allergisch of overgevoelig bent voor een bepaalde hulpstof. Meld je klacht bij je dokter, bij de apotheek en het Bijwerkingencentrum Lareb.
Alle hulpstoffen in een medicijn vind je in rubriek 6 van de bijsluiter van je medicijn.

Wat gebeurt er met een medicijn in je lichaam?

Een medicijn moet in voldoende grote concentratie op de plaats van werking in het lichaam aankomen. Dat gaat in fasen:
Farmaceutische fase. De farmaceutische fase is 1. de wijze van toediening, bijvoorbeeld als (zet)pil/capsule; drankje; pleister; injectie; infuus; inhaler; spray; zalf (vetachtig)/crème (water oplosbaar). 2. het vrijkomen van het medicijn uit de toedieningsvorm in de opgeloste vorm: uiteenvallen tablet en oplossen medicijn; afgifte snelheid (controlled release); de volledigheid van het oplossen (deel van de dosis); de snelheid van het oplossen van het medicijn.
Absorptiefase. Wateroplosbaarheid (hydrofiliteit) zorgt ervoor, dat het medicijn in de darmen kan oplossen. Vetoplosbaarheid (lipofiliteit) zorgt ervoor, dat het medicijn door de celwand getransporteerd kan worden. Als je een medicijn inneemt, dan komt het via de darmwand in de haarvaten van de darm, poortader en de lever in je bloed terecht. Via het bloed komt je medicijn in je gehele lichaam terecht en ook op de plek, waar het nodig is.
Distributiefase of verdelingsfase. Sommige medicijnen zijn gemakkelijk of juist moeilijk oplosbaar in vet, ze zijn gevoelig voor een zure of een juist niet zure omgeving of voelen zich aangetrokken tot specifieke weefsels, zoals bot, beenmerg, spieren, huid en bloed. Als het medicijn is opgenomen in bloedsomloop, dan kunnen medicijnen, die gebonden zijn aan eiwitten de bloedbaan niet verlaten. Alleen de vrije plasmaconcentratie (het deel, dat niet gebonden is aan een eiwit) kan in weefsels doordringen. De vetoplosbare medicijnen kunnen de bloed-hersenbarrière passeren.
Metabolische fase. Metabolisme is stofwisseling. Stofwisseling is de manier en snelheid, waarop je lichaam stoffen omzet naar energie. In de lever wordt een deel van het medicijn gemetaboliseerd. Soms moet de stof eerst worden omgezet in een actieve stof, die het feitelijke medicijn vormt. Metabolisme bij een medicijn leidt vaak tot het niet actief zijn van het medicijn.
Eliminatie fase. Vanuit de lever en de nieren wordt een medicijn verwijderd uit je lichaam. De enzymen in de lever breken de medicijnen af. De afbraakbraakproducten verlaten via de urine of gal je lichaam.

Waar vind je wettelijke voorschriften over medicijnen?

De wettelijke voorschriften over medicijnen vind je in de Geneesmiddelenwet (2007). Deze wet regelt het maken van de medicijnen, de handel in medicijnen, het voorschrijven van medicijnen door een bevoegde dokter en het verstrekken van een medicijn door de apotheek of een bevoegde dokter. De wet regelt ook de informatie in de vorm van een bijsluiter of een uitgebreid advies door de apotheek. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG-MEB) en de European Medicines Agency (EMA) geven de handelsvergunning voor goedgekeurde medicijnen af.

Regels voor veilig gebruik medicijnen
De Geneesmiddelenwet regelt ook het veilig gebruik van medicijnen, bijvoorbeeld:
• dokters en apothekers moeten ernstige bijwerkingen van medicijnen melden.
• bij elke apotheek is één apotheker eindverantwoordelijk voor de uitgifte van de medicijnen.
• het voorschrijven van medicijnen via internet is aan regels gebonden.

Video’s over medicijnen

Gebarentaal video’s
Apotheek.nl biedt je medicijnuitleg in gebarentaal. In de video’s wordt bijvoorbeeld uitgelegd wat ‘op lege maag innemen’ betekent.

Medicijn video’s van A tot Z
Apotheek.nl biedt voor veel medicijnen korte video’s met uitleg door apothekers. Met antwoord op vragen als: waar is het medicijn voor bedoeld? Wanneer begint het medicijn te werken? Wat zijn mogelijke bijwerkingen van het medicijn?

Instructievideo’s in 4 talen
Medicijnen op de juiste manier gebruiken – dat kan alleen als je de uitleg goed hebt begrepen. Apotheek.nl biedt heldere instructievideo’s. Bijvoorbeeld over inhaleren, medicijnen slikken, bloedsuiker meten, zalf smeren, oogdruppels toedienen of een zetpil toedienen. Bekijk de video’s ook in het Engels, Turks en Arabisch.

Woordenboek
Wil je een overzicht van alle moeilijke woorden op Apotheek.nl met bijbehorende uitleg? Om zelf te lezen of om te laten voorlezen?

Uitleg van het etiket op je medicijndoosje
Apotheek.nl biedt video’s met uitleg van de termen op je medicijndoosje. Zo nodig innemen, kuur afmaken, op lege maag innemen: de termen op je medicijndoosje kunnen lastig zijn. Maar medicijnen werken alleen als je ze op de juiste manier gebruikt, dus: zoals op je etiket staat.

Samenvatting van informatie over medicijnen
Snel de belangrijkste informatie over je medicijnen lezen? Dat kan! Zoek je medicijn en lees de beknopte tekst, direct onder de kop ‘Belangrijk om te weten over…’. Apotheek.nl heeft alle samenvattingen geschreven.

Farmacokinetiek: Wat doet het lichaam met een medicijn? I Juf Danielle I https://youtu.be/Jp_WTAHZS3c?si=v74_VldgDE48sTrT
Hoe weet een medicijn waar het heen moet? I Universiteit van Nederland I https://youtu.be/OJteTBHS43Q?si=Iroh6x1rCGSHpeaL

Praatkaart en webinars over medicijnen

Praatkaart
Vragen om te stellen over je medicijnen vind je op https://reumazorgnederland.nl/content/uploads/Gesprekskaart-Over-medicijnen-HR.pdf

Webinars
Webinar over ‘Leveringsproblemen medicijnen’.
Webinar ‘Leven met medicijnen’.
https://reumazorgnederland.nl/webinars-2023/

Webinar ‘Reuma en wat kan de apotheker voor je doen?’
https://reumazorgnederland.nl/webinars-2022/

Webinar ‘Reuma en bijwerkingen‘.
Webinar ‘Biologicals versus biosimilars‘.
https://reumazorgnederland.nl/webinars-2020-2021/

Help mee