Jicht – klachten

Huisarts
Als je ziek wordt of klachten hebt, die maar niet weggaan, dan ga je naar de huisarts. Je huisarts is de eerste medische behandelaar om je klachten te behandelen. Lukt het niet om je klachten goed te behandelen en wordt je niet beter, dan zal de huisarts samen met jou kijken naar verdere behandeling. Je huisarts kan je doorsturen naar de reumatoloog in het ziekenhuis of een kliniek.

Jichtaanval
Als je een jichtaanval krijgt, duurt die meestal een paar uur, maar de jichtaanval kan ook 2 tot drie dagen aanhouden. Meestal geneest het binnen één tot drie weken. Een jichtaanval komt meestal vrij snel op. Je krijgt de eerste jichtaanval vaak het eerst in je grote teen of in de wreef van je voet. Het gewricht ontsteekt plotseling, wordt dikker, voelt warm aan, is erg gevoelig en je kan het minder goed bewegen. De huid rondom je gewricht is meestal felrood, zeer pijnlijk en strak gespannen. Soms, als een groot gewricht ontsteekt, krijg je ook last van koorts. Je kunt een jichtaanval krijgen in verschillende gewrichten, zoals de voet, (grote) teen, wreef, enkel, knie, vinger, pols en de ellebogen en langs de pezen of bij de slijmbeurzen.

Chronische jicht
Je kunt eenmalig een jichtaanval krijgen, maar je kunt ook chronische jicht ontwikkelen. Dan kun je vaker of in meerdere gewrichten tegelijk een jichtaanval krijgen, die langer duurt. De jichtaanvallen volgen elkaar dan steeds sneller op. Jicht kan zich ook langzaam chronisch ontwikkelen zonder voorafgaande acute jichtaanvallen. We zien chronische jicht bij mensen, die:
– al jong jicht hebben gekregen en te veel urinezuur in het bloed hebben. Dat komt omdat de nieren teveel urinezuur vasthouden, de voeding te purinerijk is, bepaalde medicijnen (zoals plaspillen) worden gebruikt, er een overmatig alcoholgebruik is, een hoge bloeddruk en/of overgewicht.
– ouder zijn, die plaspillen en/of aspirine gebruiken en bij wie de nieren minder goed werken. Vaak ontstaan de klachten in gewrichten, die al aangetast zijn door artrose, zoals de kleine vingergewrichten.
– een orgaantransplantatie hebben ondergaan en ciclosporine gebruiken.

Jichtknobbels (tophi) 
Er kunnen ophopingen van uraatkristallen ontstaan in je huid (jichtknobbels), zelfs als je nooit een jichtaanval hebt gehad. De verdikkingen onder je huid ontstaan in je ellebogen, je vingers, je tenen en de buitenrand van je oorschelp. Dit zijn kleine of grotere, meestal witte knobbeltjes met uraatkristallen erin. Als de huid rondom een jichtknobbel kapot gaat, komt er een dikke, krijtachtige substantie naar buiten. Meestal zijn de jichtknobbels (tophi) niet pijnlijk.

Jicht als risicofactor
Jicht is een risicofactor voor het krijgen van hart- en vaatziekten, bepaalde longaandoeningen en het metaboolsyndroom (een stofwisselingsaandoening). Bij mensen met jicht heeft bijvoorbeeld 50% last van hoge bloeddruk, 30% hart- en vaatziekten (zoals hartfalen, een hartinfarct of een beroerte) en 20% nieren, die minder goed werken.
Door jicht heb je een 30% hoger risico op het krijgen van hart- of vaatziekten dan mensen zonder jicht. Dit komt, omdat jicht vaak samen gaat met een hoge bloeddruk. Een te hoge bloeddruk is slecht voor je hart en bloedvaten. Als je jicht hebt, in combinatie met een te hoge bloeddruk, is dat slecht voor je nieren. Je nieren kunnen slechter gaan werken, omdat het urinezuur samen klontert tot gruis of nierstenen. Ook kunnen bij jicht nierstenen ontstaan, die klachten kunnen geven, zoals een niersteenkoliek (een heftige pijnaanval in de nier).
Het is belangrijk om de overige risicofactoren op hart- en vaatziekten ook zoveel mogelijk te beperken, zoals roken, een te hoog cholesterolgehalte in het bloed, suikerziekte en hebben van overgewicht. Bij het metaboolsyndroom heb je minimaal drie van de volgende vier aandoeningen: hoge bloeddruk, suikerziekte, verhoogd cholesterol en overgewicht.

 

Help mee