Heupoperatie

Afspraak met de orthopedisch chirurg
Schrijf je vragen van tevoren op. Dan vergeet je niets te vragen tijdens het gesprek. Je kunt ook iemand meenemen naar het gesprek. De orthopedisch chirurg bespreekt onder meer met je:
• hoe de operatie gaat.
De chirurg kan op 4 manieren een heupprothese plaatsen:
– posterieur/posterolateraal: de heup wordt vanaf de achterzijde benaderd, onder de bilspier door.
– direct lateraal: de heup wordt via de zijkant benaderd.
– (antero)lateraal: de heup wordt vanaf de zijkant van het bovenbeen benaderd.
– anterieur: de heup wordt vanaf de voorzijde van de lies benaderd.
• welke kunstheup geschikt is.
• of en wanneer je moet stoppen met bepaalde medicijnen voor de operatie.
• wanneer je weer moet starten met je medicijnen.
• dat het belangrijk is te stoppen met roken. Probeer vanaf 6 weken vóór de operatie te stoppen met roken.
• wat je zelf kunt doen om beter te worden door bijvoorbeeld al voor de operatie te beginnen met oefeningen om je spieren sterker te maken.
• wat je kunt verwachten na de operatie en wat je wel en niet kunt doen.
• welke nazorg je moet regelen.
Nazorg is bijvoorbeeld hulp in het huishouden of opname in een revalidatiecentrum als je niet thuis kunt revalideren.

Afspraak met de anesthesist
Schrijf je vragen van tevoren op. Dan vergeet je niets te vragen tijdens het gesprek. Je kunt ook iemand meenemen naar het gesprek. De anesthesist zorgt voor de verdoving en pijnbestrijding tijdens de operatie. Je kunt samen kiezen tussen een volledige narcose of een ruggenprik.
• Je krijgt antibiotica vóór de operatie. Dat verkleint de kans, dat je een infectie krijgt. Bij de narcose of ruggenprik krijg je ook nog verdoving met pijnstilling in de operatiewond. Daardoor heb je minder pijn na de operatie.
• Bij een volledige narcose merk je niets van de operatie. De kans op misselijkheid na de operatie is wel groter bij een volledige narcose dan bij een ruggenprik. Na een volledige narcose kun je nog een paar dagen suf, slaperig en somber zijn.
• De ruggenprik is een plaatselijke verdoving van de zenuw, die pijn doorgeeft aan de hersenen. Je bent wakker tijdens de operatie. Bij deze verdoving heb je ook minder pijn na de operatie, maar kun je tot een paar uur na de operatie je heup niet bewegen. Na een plaatselijke verdoving ben je sneller fit dan na een volledige narcose. Als je niet wakker wilt blijven, kun je een licht slaapmiddel krijgen. Als de verdoving niet goed werkt, krijg je toch een volledige narcose.

Tijdens de operatie
De chirurg kan op 4 manieren een heupprothese plaatsen:
– posterieur/posterolateraal: de heup wordt vanaf de achterzijde benaderd, onder de bilspier door.
– direct lateraal: de heup wordt via de zijkant benaderd.
– (antero)lateraal: de heup wordt vanaf de zijkant van het bovenbeen benaderd.
– anterieur: de heup wordt vanaf de voorzijde van de lies benaderd.
De orthopedisch chirurg start de operatie met een snee aan de zijkant, voorkant of achterkant van de heup van ongeveer 15 – 20 cm. Tijdens de operatie wordt de heupkop afgezaagd en verwijderd. De chirurg verwijdert daarna het resterende kraakbeen uit je heupkom. In de heupkom wordt een kom van kunststof of metaal geplaatst. Hierna zet de chirurg in het bovenbeen een metalen pen, waarop een kop is vastgemaakt, die precies in de kom past. In de wond laat hij een drain achter om het wondvocht af te voeren. Het hele heupgewricht wordt vervangen door een kop en kom, die precies in elkaar passen.
Na het plaatsen van de prothese wordt de wond gesloten met metalen nietjes, een oplosbare draad in de huid of met niet-oplosbaar hechtmateriaal. De nietjes en het niet-oplosbaar hechtmateriaal worden na 10-14 dagen verwijderd bij de huisarts of in het ziekenhuis.
De drain (dun slangetje) in de operatiewond zorgt ervoor, dat bloed en wondvocht uit de wond kan. De drain wordt meestal na een dag weer verwijderd. Je krijgt ook na de operatie antibiotica om de kans op een infectie te verkleinen en pijnstillers.

Help mee