RZN bij EULAR 2018

Vrijdag 15 juni EULAR Congres 2018

Hieronder vindt u samenvattingen van enkele van de presentaties, die gegeven werden voor de deelnemers aan het EULAR Congres!

Reuma als onderdeel van een systeem- of bindweefsel ziekte10.15-11.45 uur: PARE abstract session

 

Magdalena Misuno (Polen): Winnaar Europese Edgar Stene prijs. De Edgar Stene wedstrijd is een verhalenwedstrijd voor mensen met reuma die jaarlijks door EULAR wordt uitgezet in alle deelnemende EULAR landen. ReumaZorg Nederland (RZN) organiseert jaarlijks de Edgar Stene verhalenwedstrijd in Nederland. Het thema van de Edgar Stene wedstrijd was dit jaar ‘Wie is jouw kampioen?’ Magdalena Misuno (38 jaar) uit Polen was de Europese Edgar Stene prijs winnares. Zij kreeg tijdens deze sessie een podium om haar verhaal te delen. Magdalena schrijft in haar verhaal dat zij meerdere kampioenen heeft die haar helpen om ook met reuma een mooi leven te hebben. Magdalena kreeg de diagnose Lupus toen ze 21 jaar oud was. Haar ouders en zus gaven haar veel steun in die moeilijke eerste periode van haar ziekte. Ze leerden haar om positief te blijven en ondersteunden haar om voor zichzelf te kunnen zorgen. Na haar studie werd haar partner haar grote kampioen. Ondanks de uitslag op haar armen, de haaruitval, ontstekingen en de vlekken in haar gezicht benadrukte Magdalena’s partner dat ze een mooi mens was. ‘Je bent mooi door wat je zegt, dat je luistert en een goed gevoel voor humor hebt.’ vertelde hij haar. Voor Magdalena zijn ook haar reumatologen en dermatologen kampioenen. Zij hebben Magdalena in goede en in slechte tijdens meegemaakt en staan altijd klaar voor een luisterend oor. Dit geldt ook voor haar lieve vrienden. Ook zijn het onbekenden die onverhoopt een kampioen kunnen worden. Ook als ze aan het begin juist niet zo ondersteunend zijn.

Lene Mandrup Thomsen (Denemarken): Keep an eye out for invisible pains – a Danish campaign
De Deense Reuma Associatie is een campagne gestart over onzichtbare pijn. Uit interviews en reacties op social media bleek dat dit thema het meest speelt bij mensen met reuma. Pijn is frustrerend, overweldigend en moeilijk duidelijk te maken aan anderen. Voor de campagne werd een filmpje gemaakt: ‘Keep an eye out for invisible pains’ http://www.culturepub.fr/videos/danish-rheumatism-association-keep-an-eye-out-for-invisible-pains/ Een kort filmpje, zonder woorden, gericht op een doelgroep tussen de 45-65 jaar. In het filmpje wordt onzichtbare pijn zichtbaar gemaakt. Het filmpje werd uitgezet op Facebook; de campagnepagina kreeg 40.000 volgers. Het filmpje wordt binnenkort opnieuw uitgezet op social media. Dan hangen er ook posters op treinstations en worden er online banners van het filmpje op websites geplaatst.

Jasmijn Holla (Nederland): Running with rheumatism: a 7-week training programme for novice runners with inflammatory rheumatic disease
Hardlopen is een zeer populaire sport in Nederland. Of het ook mogelijk is om met ontstekingsreuma te kunnen hardlopen, daarover is vaak nog een hoop onzekerheid. Uit veel onderzoek blijkt dat je ook met ontstekingsreuma sporten met hogere intensiteit kan beoefenen. Je stemming, fysieke functioneren en ontstekingen zouden erdoor verbeteren. Daarom besloot Reade om een hardloopprogramma voor mensen met reuma te ontwikkelen. Het doel is om hen in 7 weken tijd te trainen om 20 minuten aan een stuk te kunnen hardlopen, op een tempo dat past bij de fysieke gesteldheid van de deelnemer. Een hardloop trainer, een reumatoloog, en een fysiotherapeut maar ook patiënten waren betrokken bij het ontwikkelen van het programma. Inmiddels zijn de resultaten van de eerste 4 hardloop groepen geëvalueerd. In totaal deden 29 mensen mee, 17 maakten het programma succesvol af. Deelnemers voelden zich op hun gemak en leerden hun lichaam beter kennen door het programma. Ongemakken als gevolg van het hardlopen kwamen niet vaker voor dan bij de gemiddelde starter die gaat hardlopen. Hardlopen lijkt geschikt voor mensen met ontstekingsreuma. Echter, het hardlopen is minder aan te raden bij mensen met een hogere ziekteactiviteit.
Het is belangrijk om voor de start van het programma al wat conditie op te bouwen; bijvoorbeeld door te gaan zwemmen of wandelen. Het programma wordt nu uitgezet over meerdere locaties in Nederland. Het idee is om de duur van het programma iets te verlengen naar 7-12 weken om zo een meer geleidelijke opbouw mogelijk te maken: www.hardlopenmetreuma.nl

Andreas Lacovou (Cyprus): The creation of the ‘aqua re-action’. A methodologically based aquatic physical intervention/rehabilitation program for people with RMDs
Andreas Lacovou is expert op het gebied van sporten in water. Hij kreeg de vraag om een revalidatieprogramma in water te maken voor mensen met reuma. Best een uitdaging, want hoe bepaal je wat mensen met reuma aankunnen in het water? Voor het programma benaderde hij huisartsen, zorgverleners en patiënten. Ook volgde hij zelf enkele aqua trainingen in het kader van revalidatie. Hij ontwikkelde vervolgens een revalidatie programma waarbij mensen met reuma in het water aan de slag gaan met verschillende spiergedeeltes van hun lichaam; de ‘common action’ gedeeltes en de ‘no-common action’ gedeeltes. Het bleek niet altijd makkelijk om mensen actief te houden in het water; vaak is angst een slechte raadgever. Toch is het belangrijk jezelf te stimuleren om toch naar een hoger niveau te komen. Lacovou is nu met zorgverleners en patiëntenorganisaties aan het kijken of er meer van deze trainingen gegeven kunnen worden. Hij wil dan onderzoek gaan doen naar het effect van deze aqua trainingen op de kwaliteit van leven bij deelnemers. Ook wil hij onderzoeken of de intensiteit van de aquatraining voldoende is voor deelnemers om aan hun vereiste fysieke activiteit te komen om gezond te blijven.

Petra Wegscheider (Oostenrijk): Problems, goals and urgent wishes of young Austrians diagnosed with rheumatic disorders.
De Reumaliga in Oostenrijk heeft veel jonge leden. De liga vroeg zich af wat de thema’s rondom reuma waren waar deze groep graag meer informatie of ondersteuning in zou willen. Ze stuurde een vragenlijst uit die door 52 mensen werd beantwoord. De leeftijd van de respondenten was laag: 15-35 jaar oud, het opleidingsniveau was bovengemiddeld en 75% was vrouw. 22% van deelnemers had geen betaalde baan. Belangrijke thema’s die naar boven kwamen waren: problemen met het vinden en behouden van een baan (in Oostenrijk werk je niet of full-time, part-time is niet echt een optie), gebrek aan begrip voor reuma, omgaan met pijn en vermoeidheid, reuma en zwangerschap. Uit de vragenlijst bleek ook dat er behoefte was aan bijeenkomsten waarbij leden elkaar fysiek konden ontmoeten, dus niet alleen online. De eerste bijeenkomst was een brainstormsessie en werd georganiseerd in het midden van Oostenrijk. Er werd besloten om een jongerennetwerk op de starten en om dit netwerk groter te maken. Er wort veel publiciteit voor het netwerk gemaakt op Facebook en er staan nieuwe bijeenkomsten gepland, ook in samenwerking met zorgverleners.

Adele Higginbottom (Engeland) – Addressing key challenges of lay involvement in musculoskeletal research: co-applicants and trial steering committees 
Patiëntparticipatie is verplicht wanneer je in Engeland subsidie aanvraagt voor je onderzoek. Patiëntparticipatie verbetert de relevantie en kwaliteit van je onderzoek. Higginbottom startte dan ook de Research User Group (RUG) in 2006. Het netwerk startte met 8 ervaringsdeskundigen die als patiëntpartner betrokken werden in 6 projecten. Nu, in 2018, bestaat de RUG uit 100 patiëntpartners die bij elkaar bij zo’n 100 projecten betrokken zijn. Hoewel patiëntparticipatie een succes is, loopt de groep wel tegen uitdagingen aan:
• Hoe maak je duidelijk wat een onderzoeker van je mag verwachten in het onderzoek?
• Hoe zorg je ervoor dat een onderzoeker niet te veel onderzoekers-jargon gebruikt tijdens een meeting van het onderzoeksteam waar je zelf ook bij zit?
• Hoe werkt patiëntparticipatie als je een onderzoeksvoorstel moet beoordelen dat online wordt ingediend?
• Hoe bereid je patiëntpartners voor op hun rol in onderzoek? Welke training hebben ze nodig?
Om deze uitdagingen aan te gaan heeft de RUG een aantal acties ondernomen:
• Er zijn training modules ontwikkeld voor patiënt partners over hoe ze hun ervaring kunnen inzetten in onderzoek.
• Er vindt altijd een introductie en een evaluatiegesprek plaats voorafgaand aan- en na afloop van een onderzoeksproject waar een patiëntpartner aan deel heeft genomen.
• Patiëntpartners krijgen een technische training in hoe ze een onderzoeksvoorstel online kunnen beoordelen.
• Er is aandacht voor feedback vanuit de patiëntpartners.

Nigil Haroon (Canada): The risk of deliberate self-harm in rheumatoid arthritis and ankylosing spondylitis: a population-based cohort study
Mensen met RA en Ankyloserende Spondylitis ervaren vaak gevoelens van pijn, vermoeidheid, isolatie, hopeloosheid en angst als gevolg van hun aandoening. Haroon onderzocht of mensen met RA en Ankyloserende Spondylitis daardoor meer risico lopen om zichzelf te beschadigen dan gemiddeld. Uit de cohort studie bleek inderdaad dat de zelfbeschadigingsaantallen bij de onderzochte groepen van mensen met RA en AS inderdaad hoger lagen dan bij de aantallen uit de groep van de algemene bevolking. Toch blijft het lastig om in een cohort studie oorzaak en gevolg duidelijk te krijgen. Misschien hebben mensen met RA en AS wel vaker ongelukken omdat ze fysiek minder handig zijn. Daardoor maakt het register misschien melding van een kras/schram op de arm, waarbij het gaat om een ongeluk maar het ook zou kunnen lijken alsof het zelfbeschadiging was.

13.30-15.00 uur: Health Professionals Session. New Approaches in measuring what matters to patients

Valentin Ritschl (Oostenrijk): What can Bayes statistics contribute to measuring patient perspectives?
Thomas Bayes introduceerde in 1763 de Bayes statistiek. Vaak wordt aan de hand van de frequentie van het wel of juist niet voorkomen van iets getoetst of een hypothese wel of niet waar is en met welke waarschijnlijkheid. Er bestaat dus altijd een kans dat je (ondanks de aantallen) een hypothese onterecht wel of niet accepteert. Soms zijn er factoren die deze kans vergroten. Wanneer je als onderzoeker weet welke factoren deze kans kunnen vergroten, dan kan je de Bayes statistiek gebruiken. De Bayes statistiek wordt bijvoorbeeld gebruikt voor het analyseren van gegevens uit een vragenlijst naar het fysiek functioneren van mensen met reuma. De vragenlijst laat slechter fysiek functioneren zien wanneer oudere mensen de vragenlijst invullen. Het lijkt dan alsof oudere mensen meer last hebben van hun reuma terwijl het minder fysiek kunnen functioneren ook veroorzaakt zou kunnen worden door ouderdom i.p.v. reuma. De Bayes statistiek helpt om deze vertekening tegen te gaan.

Hilary Bekker (Engeland): Decision aid tools
Technische ontwikkelingen in de gezondheidszorg gaan snel, voor aandoeningen zijn steeds meer behandelopties en medicatie beschikbaar. Dit maakt het soms moeilijk voor patiënten om samen met hun zorgverlener een weloverwogen keuze te maken voor een behandeloptie. Keuzehulpen kunnen helpen om dit proces van samen beslissen te ondersteunen. De keuzehulp laat op een gestructureerde manier informatie zien over: de keuze waar je als patiënt voor komt de staan, welke behandelopties er mogelijk zijn, hun voor-/nadelen, hun risico’s en bijwerkingen maar ook het belang van de pasbaarheid van een behandelkeuze in het leven van de patiënt: Welke behandeling zou het beste passen bij de patiënt? Een Cochrane review over keuzehulpen (Stacey et al. 2017) toonde aan dat patiënten die gebruik maken van een keuzehulp bij hun keuze voor een behandeling: beter weten waarom ze een bepaalde keuze hebben gemaakt en minder snel spijt ervaren van hun keuze.

Mara Kaldeweide (Duitsland): Patient’s view on measuring what matters to patients
In Duitsland zijn er per jaar zo’n 3000 patiënten met Jeugdreuma die de volwassen leeftijd bereiken en dus voor hun Jeugdreuma overgedragen worden van kinderarts naar reumatoloog. Deze transitie verloopt niet altijd vlekkeloos. Jongvolwassenen krijgen ineens zelf de verantwoordelijkheid om medicatie goed te blijven gebruiken, gedragsadviezen thuis op te volgen en om contact te houden met de reumatoloog. Deze jongvolwassenen willen echter niets liever dan gewoon studeren, plezier maken met vrienden, uitgaan. Het is dan ook niet vreemd dat 30% van de Duitse jongeren met jeugdreuma tussen hun 16de en 20ste levensjaar stopt met naar de reumatoloog te gaan. Om dit probleem tegen te gaan heeft de Deutsche Rheuma-Liga het project ‘Mein Rheuma wird erwachsen’ opgezet: https://mein-rheuma-wird-erwachsen.de/geschichten/  Het is een online platform waar jongvolwassenen met jeugdreuma hun ervaringen kunnen delen en informatie kunnen krijgen. Input vanuit een focusgroep bestaande uit patiënten en zorgverleners vormde de basis voor het ontwerp, de navigatie en de inhoud van de website. Uit de eerste evaluatie blijkt dat bezoekers tevreden zijn over het platform.

Jette Primdahl (Denemarken): Patients’ views on routine collection of patient-reported outcomes in rheumatology care – a DANBIO focus group study
Patient Reported Outcomes (PROs) zijn uitkomsten van zorg die voor patiënten belangrijk zijn. PROs vormen een belangrijk onderdeel in het maken van een keuze, door patiënt en arts, voor een bepaalde behandeling. Denemarken houdt een database bij waarin reumapatiënten hun PRO’s invullen op ‘touch screens’ in de wachtkamer bij de reumatoloog. Tot dusver hebben meer dan 60.000 mensen met reuma deze touch screen vragenlijsten ingevuld. De vragenlijsten gaan over hun algemene gezondheid (HAQ), over pijn, vermoeidheid enz.
De data in de database vormen de basis voor het DANBIO project. Doelen zijn:
• Monitoren van ziekte
• Verbeteren van behandelingen
• Nader onderzoek doen naar thema’s die opvallen in de database
Hoe denken mensen met reuma over het verzamelen van deze PROs voor Reumatoïde Artritis (RA), Artritis Psoriatica en Ankyloserende Spondylitis (AS)?
Hiervoor werd een focusgroep bijeenkomst gehouden in 5 regio’s in Denemarken. In totaal deden 31 mensen met RA mee, 6 met Artritis Psoriatica, en 5 met AS. 66% van de deelnemers was vrouw met een gemiddelde leeftijd van 60 jaar. Conclusies:
• Verbeter de communicatie naar patiënten toe over het ‘waarom’ van het invullen van vragenlijsten. Dat de uitkomsten niet alleen van belang zijn voor zorgverleners maar ook voor patiënten om zo samen beter te kunnen beslissen over een juiste behandeling. Dat patiënten niet bang hoeven te zijn dat als ze een bepaalde score invullen bij een vraag ze een bepaalde behandeling niet meer vergoed krijgen of minder aandacht krijgen van hun zorgverlener.
• Verbeter de communicatie over wie toegang heeft tot de data uit de database.
• Validiteit van de data. Soms twijfelen patiënten over hoe ze een vraag moeten beantwoorden. Moeten patiënten bijvoorbeeld antwoord geven over hoe ze zich op dit moment voelen of over hoe ze zich de laatste tijd voelen. Bij reuma kan dit van dag op dag verschillen.
• Het bespreken van de vragenlijst tijdens het consult. Ingevulde vragenlijsten worden lang niet altijd besproken tussen zorgverlener en patiënt tijdens het consult.
Een continue dialoog tussen zorgverlener en patiënt over het belang van het invullen van PROs vragenlijsten wordt benadrukt.

Martijn Oude Voshaar, (Netherland): Outcomes that matter to people living with inflammatory arthritis; a global standard set, developed by the international consortium for health outcome measurement (ICHOM) working group for inflammatory arthritis
In de praktijk is het niet altijd makkelijk om als patiënt vooraf de criteria te bepalen op grond waarvan je een behandeling na afloop wil evalueren. Om die reden is ICHOM (International Consortium for Health Outcomes Measurement) opgericht. ICHOM werkt wereldwijd samen met ziekenhuizen. Hun doel is om per aandoening één set van criteria te ontwikkelen waarlangs geleverde medische zorg aan patiënten met deze aandoening kan worden beoordeeld. Voor mensen met ontstekingsreuma is er nu ook zo’n internationale set van uitkomstmaten opgesteld. In samenwerking met ICHOM stelde het Medisch Spectrum Twente een internationale werkgroep samen. Deze werkgroep bestond uit zorgverleners, onderzoekers en ervaringsdeskundigen. In een aantal stappen ontwikkelde het team een vaste set van uitkomstmaten bij ontstekingsreuma: pijn, vermoeidheid, beperkingen in het uitvoeren van activiteiten, impact op gezondheid, productiviteit in werk/school/huishouden, bijwerkingen/co-morbiditeiten, reactie op behandeling en ziekte activiteit. De actualiteit van deze dataset wordt jaarlijks geëvalueerd.

15.30-17.00 uur: PARE. What’s new: Latest Advances in treatment in JIA and Osteoarthritis

Margreet Kloppenburg (Nederland): Latest advances in treatment and management of OA
Van alle vormen van reuma komt osteoartritis het meest voor onder de Nederlandse bevolking. Het heeft veel impact op het dagelijks functioneren. Osteoartritis kan in elk gewricht voorkomen maar manifesteert zich vooral in de knie, heup en hand. De behandeling van deze vorm van reuma bestaat uit medicatie en ondersteunende behandeling maar soms ook uit opereren. De behandeling wordt bepaald door het gewricht dat aangedaan is en kenmerken van de patiënt.
Ondersteunende behandelingen van osteoartritis bestaan uit voorlichting, bewegen en (indien nodig) afvallen bij overwicht van patiënten met osteoartritis in de knie of protheses voor mensen met osteoartritis in de hand. Wat pijn medicatie betreft, is er veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit. Dit was de aanleiding voor een discussie over de rol van acetaminophen in osteoartritis. Nieuwe pijnmedicatie is in ontwikkeling. Met betrekking tot medicatie in het algemeen worden er nieuwe toedieningsvormen ontwikkeld en worden behandelingen van gewrichten steeds lokaler.

Laura Campbell (Engeland): A partnership in implementation: adapting an osteoarthritis guidebook across European cultures – with patients, for patients
Keele University ontwikkelde een handboek JIGSAW-E voor mensen met Osteoartritis. Dit handboek is zowel online als in hard-copy te krijgen. Het handboek is bedoeld om mensen met osteoartritis te ondersteunen in hun zelfredzaamheid en omgang met de aandoening. Het boek bevat tips over beweging, schoeisel, eten enz. Het project van Campbell richtte zich op het vertalen en aanpassen van het handboek voor gebruik in andere Europese landen. Om het handboek geschikt te maken voor gebruik in het buitenland werd een panel samengesteld van 15 Patient Champions (ervaringsdeskundigen met osteorartitis) afkomstig van Europese patiëntenorganisaties die het (online) handboek graag op hun lokale markt zouden uitbrengen. De Patient Champions:
1. reviewden de Engelse tekst en beoordeelden of er voor hun markt aanpassingen/aanvullingen nodig waren.
2. ondersteunden met een correcte/begrijpelijke vertaling van het boek.
3. controleerden of de inhoud van het boek in overeenstemming was met landelijke richtlijnen.
4. ondersteunden bij de publiciteit rondom plaatsing van het boek op andere platforms.
5. deelden hun ervaringen met Patient Champions uit andere landen.
Conclusie: Gedurende het project bleek dat het inzetten van patiëntpartners zeer effectief is bij het tot stand brengen van consistente, betrouwbare en accurate patiënteninformatie ter ondersteuning van de implementatie van aanbevelingen voor Osteoartritis.

Tadej Avcin (JIA) (Slovenië): Latest advances in treatment and management of JIA
Jeugdreuma is een vorm van reuma dat start voor het 18de levensjaar. Om behandelingen voor Jeugdreuma accurater te kunnen maken is het belangrijk meer inzicht te hebben in de verschillende vormen van deze aandoening. Behandeldoelen bij jeugdreuma zijn gericht op het behalen van remissie of een minimale ziekte activiteit. Binnen 3 maanden na de diagnose moet er minimaal een 50% vermindering zijn van de ontstekingsactiviteit. Binnen 6 maanden moet de ontstekingsactiviteit in gewrichten afwezig/laag zijn. Om remissie te bereiken tellen ook andere criteria mee zoals de afwezigheid van koorts, uitslag en/of uveitis. Ook moet er aandacht zijn voor de aanwezigheid van co-morbiditeiten. Uit onderzoek onder 1.146 JIA patiënten die in remissie waren zonder medicatie blijkt dat 40% binnen een jaar weer een ontsteking kreeg. Voor bepaalde subtypes van jeugdreuma wordt dan ook geadviseerd om niet te stoppen met medicatie na het bereiken van remissie. Het is van groot belang dat jongeren met reuma en hun ouders actief betrokken worden bij behandelopties en -keuzes. Uitdagingen die vaak om de hoek komen kijken zijn: medicatie/behandeltrouw van patiënten (zeker in de overgang van kind naar volwassenheid), veiligheid van medicatie en vaccinaties. Zorg voor jeugdreuma moet in de toekomst steeds meer worden afgestemd op de individuele patiënt: indicatie, medicatie, dosis. Het ontwikkelen van accurate meetinstrumenten voor prognosevoorspelling zijn belangrijk om deze afstemming beter mogelijk te maken.

Yasser El Miedany (Engeland): Shared decision-making aid for juvenile idiopathic arthritis: moving from informative patient education to interactive critical thinking
Ook bij de behandeling van Jeugdreuma wordt ‘samen beslissen tussen arts en patiënt’ steeds belangrijker. Huidige keuzehulpen bevatten echter vooral informatie over jeugdreuma als ziekte en de medicatie die je hiertegen kunt krijgen. De keuzehulpen zijn weinig interactief en niet gericht op kinderen. Doel van het project van Miedany was dan ook om tot een interactieve en wetenschappelijk-bewezen effectieve keuzehulp te komen voor kinderen met jeugdreuma. Een keuzehulp die hen, ondersteund met illustraties, uitlegt over de behandelopties, hun voor-/nadelen en wat dit voor hen zou kunnen betekenen. Uit vooronderzoek bleek dat een aantal vragen belangrijk waren voor ‘samen beslissen’ bij jeugdreuma:
• Wat is artritis?
• Waarom moet artritis behandeld worden?
• Welk doel wil ik bereiken met mijn behandeling?
• Wat zijn de behandelopties en hun voor en nadelen?
• Wat zijn mijn kansen op verbetering door de behandeling?
• Hoe snel merk ik iets van mijn medicatie?
• Hoe gebruik ik mijn medicatie?
• Wat zijn mogelijke bijwerkingen?
• Hoe lang moet ik mijn medicatie gebruiken?
De keuzehulp voor jeugdreuma werd opgesteld a.d.h.v. deze thema’s en ondersteund door illustraties. 94 kinderen met jeugdreuma hebben de samengestelde keuzehulp daarna geëvalueerd. Conclusies: de keuzehulp voor Jeugdreuma:
• is eenvoudig in gebruik.
• is interactief en bevat illustraties; dat maakt de keuzehulp vooral geschikt voor kinderen.
• verbetert de kennis van kinderen over jeugdreuma.
• helpt kinderen om over hun jeugdreuma te kunnen praten met hun zorgverlener.
• helpt kinderen om een keuze te kunnen maken met hun arts en ouders voor een bepaalde behandeling.

20.30-23.30 uur:  EULAR Congres Dinner

’s Avonds was er een gezellig diner op de boot Ocean Diva. Een mooie gelegenheid voor EULAR deelnemers (zorgverleners, onderzoekers, patiënten) om elkaar informeel te ontmoeten. De avond ging van start met een vaartocht langs de grootste bezienswaardigheden van Amsterdam en was er aandacht voor muziek. Op de bovenste verdieping speelde een jazzband terwijl er beneden ruimte was om te dansen op de nummers van een live-band en dj. Modern en klassiek Nederland werden op sfeervolle wijze op de kaart gezet.