Cellen – organellen – golgi-apparaat

Golgi-apparaat
Het golgi-apparaat is een organel en het ‘verpakkingsapparaat‘ van de cel. Het golgi-apparaat staat in nauw contact met het endoplasmatisch reticulum (ER). De eiwitsynthese vindt plaats in de ribosomen op het ruw endoplasmatisch reticulum (ER). In het ruw ER worden de eiwitten een klein beetje gevouwen en in blaasjes gestopt voor transport naar het golgi-apparaat. Het golgi-apparaat ontvangt van het glad ER de ruwe eiwitten uit de eiwitsynthese en maakt van de ruwe eiwitten hier werkende eiwitten.
Het golgi-apparaat bestaat uit een aantal platte ‘membraanzakken‘ (cisternen), elk met eigen enzymen. De cisternen in het golgi-apparaat zijn opgebouwd uit binnenmembranen. Daarmee kunnen de verschillende eiwitten gescheiden van elkaar worden verwerkt.
Het golgi-apparaat heeft een invoer- en een uitvoerkant, respectievelijk de cis- en de transzijde. De cisternen zijn met hun ciszijde richting de celkern gekeerd en met hun transzijde richting het celmembraan van de cel. Aan de ciszijde komen de transportblaasjes (vesicles) met de ruwe eiwitten vanuit de buisjes van het glad endoplasmatisch reticulum binnen. Die transportblaasjes versmelten met het membraan van het golgi-apparaat, waardoor de inhoud van een transportblaasje vrijkomt in het golgi-apparaat. In de cisternes worden eiwitten en vetten, afkomstig uit het endoplasmatisch reticulum, verder bewerkt, opgeslagen en getransporteerd. Vanuit de transzijde verlaten de secretieblaasjes (vesicles) met de eiwitten het golgi-apparaat. De secretieblaasjes worden getransporteerd naar andere bestemmingen binnen en buiten de cel.

Werking golgi-apparaat
In de zakjes van het ruw endoplasmatisch reticulum (ER) worden de ruwe eiwitten gevouwen en in transportblaasjes gestopt en in de buisjes van het glad endoplasmatisch reticulum membraan afgezet. De transportblaasjes snoeren zich af van het glad endoplasmatisch reticulum en vervoeren de ruwe eiwitten naar het golgi-apparaat.
Het golgi-apparaat maakt werkende eiwitten van de aangeleverde ruwe eiwitten. De cis-zijde van het golgi-apparaat ontvangt de transportblaasjes (vesicles), die zich hebben afgesnoerd van het endoplasmatisch reticulum. Die transportblaasjes (vesicles) versmelten met het membraan van het golgi-apparaat, waardoor de inhoud vrijkomt in het golgi-apparaat.
In het golgi-apparaat worden de eiwitten gebruiksklaar gemaakt. Dit gebeurt door er suikers, vetten en andere stoffen aan te koppelen. Ze krijgen ook een ‘bestemmingsetiket’ mee.
Na bewerking worden de eiwitten aan de transzijde van het golgi-apparaat opnieuw ingepakt in secretieblaasjes (vesicles). Die secretieblaasjes snoeren zich af en de eiwitten worden daarna via de secretieblaasjes (vesicles) vervoerd. De gebruiksklare eiwitten kunnen drie eindbestemmingen hebben:
– 1. de eiwitten kunnen in het cytoplasma van de cel blijven en gebruikt worden door celorganellen. Organellen vervullen diverse functies en hebben behoefte aan specifieke eiwitten om hun taak goed te kunnen uitvoeren.
– 2. de eiwitten kunnen ingezet worden in het celmembraan en bijvoorbeeld actief zijn als receptoreiwit of transporteiwit. Een receptoreiwit aan de buitenkant van het celmembraan kan specifieke stoffen (moleculen) herkennen en deze eventueel via een ‘sluis’ de cel in transporteren. De transporteiwitten zijn eiwitten in het celmembraan, die er door middel van actief transport voor kunnen zorgen, dat stoffen door het celmembraan naar buiten kunnen komen. Het transporteiwit vormt een kanaaltje, waardoor bepaalde stoffen (moleculen) het celmembraan kunnen passeren. Transporteiwitten in het celmembraan zijn door het golgi-apparaat verpakt en vervoerd. Niet in de holte van een secretieblaasje (vesicle), maar in het membraan van het secretieblaasje. Als het secretieblaasje (vesicle) fuseert met het celmembraan, dan komen de transporteiwitten in het celmembraan terecht en kunnen stoffen naar buiten de cel worden afgegeven.
– 3. de aangemaakte eiwitten kunnen via secretieblaasjes worden afgegeven buiten de cel. Verteringseiwitten, die een cel in de alvleesklier aanmaakt, moeten bijvoorbeeld in de darmen terechtkomen.

Help mee