Cellen – cytoplasma

Cytoplasma
De cel bestaat uit het celmembraan met daarin een waterige, stroperige, gelachtige substantie: het cytoplasma (protoplasma). Het cytoplasma bestaat uit cytosol. Cytosol is een vloeistof, die voornamelijk bestaat uit moleculen als water, eiwitten, koolhydraten, mineralen, vetten, suikers en elektrolyten. In het cytoplasma drijven onder andere de celorganellen en de celkern (nucleus).
Het cytoplasma heeft ook een structuur. Deze structuur ontstaat door het cytoskelet, een systeem van eiwittrekdraden, dat vastzit aan het celmembraan en aan de celkern.
Hieronder zie je een 3d medisch accurate afbeelding van een menselijke cel met draden cytoskelet, celorganellen en celkern in het cytoplasma.

Inhoud cytoplasma
De inhoud van het cytoplasma bestaat, naast de celkern, uit bijvoorbeeld:
Cytoskelet. Levende cellen hebben een doorlopend transport van voeding en afval nodig. Dit transport wordt verzorgd door moleculaire motoreiwitten, die organellen en andere bouwstenen vervoeren langs het netwerk van polymeren in het cytoskelet, dat zich uitstrekt door de gehele cel. Deze motoreiwitten bevinden zich op microtubulen, onderdelen van het cytoskelet in de cel.
Vacuolen of blaasjes (holten), die zijn gevuld met vocht en opgeloste stoffen, waaronder suikers en zouten.
Vetbolletjes, waarmee vetcellen vrijwel helemaal mee gevuld zijn.
Organellen. Celorganellen zijn omgeven door een eigen membraan en zijn in feite de organen van een cel met ieder een eigen gespecialiseerde vorm en taak, zoals bijvoorbeeld:
– de mitochondriën, die belangrijk zijn voor de stofwisseling in de cel en bestaan uit langgerekte membraanstructuren. In de mitochondriën levert de verbranding van voedingsstoffen de benodigde energie voor de cel.
– het endoplasmatisch reticulum (ER), dat bestaat uit een netwerk van holten en kanalen. Het is opgebouwd uit één membraan, dat verdeeld is in binnen-membranen en in nauw contact staat met het kernmembraan van de celkern. Het ER is van groot belang voor de bouw van eiwitten en de eiwitsynthese, omdat op het ruw ER aan de buitenkant ribosomen zitten, waar de eiwitsynthese plaatsvindt.
– het golgi-apparaat, dat is het ‘verpakkingsapparaat’ van de cel. Het golgi-apparaat bestaat uit één membraan, dat verdeeld is in binnen-membranen, waardoor de platte ‘membraanzakken’ ieder hun eigen enzymen hebben. Het golgi-apparaat staat in nauw contact met het endoplasmatisch reticulum (ER) en ontvangt van het ER de ruwe eiwitten uit de eiwitsynthese. In het golgi-apparaat worden de eiwitten verder bewerkt, opgeslagen en vervoerd.
– De lysosomen zorgen voor de afbraakprocessen in de cel. In de lysosomen bevinden zich verteringsenzymen. Alle materialen, die in de lysosomen terechtkomen, kunnen in principe worden afgebroken tot bouwstenen. Bouwstenen zijn bijvoorbeeld aminozuren, suikers, vetzuren en stikstofhoudende basen. Deze bouwstenen kunnen het lysosomale membraan weer passeren en worden dan weer gebruikt in de stofwisseling van de cel. De stikstofhoudende basen worden gebruikt bij de synthese van eiwitten en vetten of in de mitochondriën als brandstof om energie te leveren.
Reststoffen, dat zijn bijvoorbeeld afvalstoffen, die in de cel zijn opgeborgen.

Help mee