Bloed – rode bloedcellen

Rode bloedcellen
Ongeveer 95% van je bloedcellen zijn rode bloedcellen (erytrocyten).
De aanmaak van je rode bloedcellen vindt plaats via stamcellen in het rode beenmerg van de wervels in de wervelkolom, platte beenderen en de uiteinden van pijpbeenderen. Stamcellen zijn voorlopers van volwassen cellen en hebben nog de mogelijkheid om uit te groeien tot verschillende cellen. Rode bloedcellen worden steeds opnieuw aangemaakt in het rode beenmerg. Ze hebben geen celkern of mitochondriën. Rode bloedcellen hebben in je lichaam een levensduur van ongeveer 120 dagen.

Hemoglobine
Hemoglobine is het hoofdbestanddeel van de rode bloedcellen (erytrocyten), die wel 250 miljoen moleculen hemoglobine per rode bloedcel bevatten. De stof die rode bloedcellen hun rode kleur geeft, zorgt ook voor het vermogen om zuurstof te vervoeren.
In hemoglobine, het (rode) eiwit, is een ijzeratoom ingebouwd. Het ijzeratoom is een mineraal (spoorelement), dat onder andere belangrijk is voor de aanmaak van hemoglobine. Spoorelementen zijn mineralen, die je lichaam opslaat in de lever, de milt en het beenmerg. Zuurstofmoleculen binden gemakkelijk aan dit ijzeratoom. Deze zuurstofmoleculen gaan vervolgens met de rode bloedcellen mee door het lichaam heen. Door diffusie komt de zuurstof bij de lichaamscellen in de weefsels terecht.
Bij dit proces wordt het afvalproduct koolstofdioxide (CO2) vanuit de cellen door de rode bloedcellen en het bloedplasma meegenomen naar de longen, waar je het uitademt. De koolstofdioxide (CO2) is een afvalproduct van de cellen in de weefsels en organen. De rode bloedcellen transporteren dus zuurstof naar je lichaamscellen en helpen bij het afvoeren van koolstofdioxide.

Bloedgroepen
Rode bloedcellen bepalen je type bloedgroep. Op de buitenkant van je rode bloedcellen zitten allerlei chemische structuren. Het wel of niet aanwezig zijn van bepaalde structuren bepaalt welke bloedgroep je hebt. Het afweersysteem herkent en onderscheidt lichaamseigen van lichaamsvreemde bloedgroepen.
Rode bloedcellen van een donor met een lichaamsvreemde bloedgroep kunnen door je afweersysteem worden aangevallen en opgeruimd. Voor een bloedtransfusie is het dus belangrijk om de bloedgroep van de donor en je eigen bloedgroep te weten, want niet alle bloedgroepen gaan samen.
Iedereen heeft één van de volgende bloedgroepen: A, B, O of AB. Je bloedgroep erf je van je ouders. Je vader en moeder geven ieder één kopie van het bloedgroep-gen aan jou door. Dit kan een A, B of O zijn. De kopie van je vader bepaalt samen met de kopie van je moeder, welke bloedgroep jij krijgt.

Fagocytose
Als rode bloedcellen ouder worden, neemt hun activiteit af en worden ze kwetsbaarder. De oude rode bloedcellen worden vernietigd of opgegeten door witte bloedcellen (macrofagen). Dit proces wordt fagocytose genoemd.
De meeste rode bloedcellen worden in de milt afgebroken. Het ijzer uit het hemoglobine van de afgebroken cellen wordt via de bloedsomloop naar het beenmerg vervoerd voor de aanmaak van nieuwe rode bloedcellen of naar de lever of naar andere lichaamsweefsels voor opslag.
Gewoonlijk vervangt je lichaam iedere dag iets minder dan 1% van het totaal aantal rode bloedcellen. Het aantal rode bloedcellen, dat iedere dag aangemaakt wordt, bedraagt ongeveer 200 miljard, als je lichaam gezond is. Je hebt ongeveer 25.000 miljard rode bloedcellen in je lichaam.

Help mee