Artrose – oorzaak

Artrose

In 2021 waren er ruim 1,5 miljoen mensen met artrose (gewrichtsslijtage) bekend bij de huisarts: 575.700 mannen en 1.013.900 vrouwen. De meeste mensen werden gediagnosticeerd met knieartrose (762.700). Verder was er sprake van heupartrose en overige perifere artrose in één of meerdere gewrichten https://www.vzinfo.nl/artrose/leeftijd-en-geslacht In 2020 waren er 42.000 ziekenhuisopnamen voor artrose. Voor 2040 is de voorspelling, dat er mogelijk 2,5 tot 3 miljoen mensen artrose hebben.
De ziekte en de impact van artrose zijn lang onderschat, want artrose zorgt voor een enorme beperking van je mobiliteit. Je kunt slechter lopen, bukken, bewegen, fietsen en dat gaat ten koste van je kwaliteit van leven. Maar artrose zorgt er ook voor dat je bijvoorbeeld niet gemakkelijk ergens naar toe kunt, minder lang kunt werken of bepaald werk niet meer kunt doen. Artrose heeft dus ook financiële consequenties voor je, want je verdient minder of niet, kunt afhankelijk van een uitkering worden en meer afhankelijk van anderen. De gevolgen van artrose hebben niet alleen impact op jou, maar op de gehele samenleving, onder andere ook op de zorg.

Oorzaak

Een gewricht is een verbinding tussen twee botten, waardoor beweging mogelijk is, bijvoorbeeld je kniegewricht. Artrose kan bij het ouder worden in alle gewrichten in je lichaam voorkomen, maar komt vooral voor in:
• je knieën.
• je heup.
• je schouders.
• je gewrichten in de nek en rug.
• je duim en vingers.
• je grote teen.
• Het gewricht met de botten wordt als geheel bij elkaar gehouden door gewrichtsbanden en een gewrichtskapsel. Aan de binnenkant van het gewrichtskapsel zit een slijmvlieslaag, het synovium. Deze slijmvlieslaag maakt het synoviaal vocht aan. Dit vocht is nodig om het gewricht soepel te laten draaien en om schokken te absorberen. Als de botten met het kraakbeenlaagje erop bewegen, schuren ze niet tegen elkaar en kan het gewricht soepel bewegen. In het gewricht zitten twee botten. De uiteinden van deze botten zijn ieder bedekt met een beschermend laagje weefsel, het kraakbeen. De belangrijkste taak van het kraakbeen is om de uiteinden van de botten te beschermen. Als de laagjes kraakbeen dunner en zachter worden, brokkelen ze af. Als het kraakbeen volledig weg is, schuren de botten in je gewricht tegen elkaar aan.
• Kraakbeen bevat geen zenuwen en kan daarom geen pijn doen. De pijn bij artrose ontstaat door de veranderingen binnen en buiten het gewricht. Als reactie op het verminderde of verdwenen kraakbeen gaat het onderliggende bot zijn dragende oppervlak vergroten om de druk op het gewricht te verminderen. Er vormen zich aan de rand van het bot zichtbare en voelbare benige puntige uitsteeksels en knobbels, de osteofyten. Het onderliggende dragende bot wordt breder en dikker. Als de slijmvlieslaag in het gewricht ontsteekt, kan dit leiden tot pijn en lichte zwelling of warm worden van het gewricht. Soms veranderen zenuwen in het gewricht van plaats, wat pijn veroorzaakt. Daarnaast komt het vaak voor dat spieren rondom het gewricht verzwakken met pijn in de pezen.

Risicofactoren

leeftijd. Je kunt artrose op iedere leeftijd krijgen, maar het komt het vaakst voor boven de 40 jaar.
geslacht. Artrose komt twee tot drie keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.
erfelijkheid. Artrose kan in een bepaalde familie vaker voorkomen. Ook komt artrose bij een erfelijke aanleg vaker op jongere leeftijd en in meerdere gewrichten voor.
overgewicht of obesitas. Overgewicht zorgt voor een grote overbelasting van je gewrichten. Het vetweefsel maakt stoffen aan, die de ontsteking en de pijn verergeren.
langdurige overbelasting van je gewrichten. Dat kan komen door langdurig zwaar lichamelijk werk, topsport of een eerdere traumatische gewrichtsschade door bijvoorbeeld een ongeluk.
beschadiging van je gewricht. Dat gebeurt door bijvoorbeeld een sportblessure, een gewrichtsontsteking, een botbreuk of een beschadigde meniscus.
misvorming van je gewricht. Dat kan door bijvoorbeeld een ongelijke beenlengte, beugels of gestoten knieën.
aangeboren afwijking van je gewricht, zoals bijvoorbeeld een heupdysplasie.
gescheurde pezen en zwakke gewrichtsbanden. Dat kan door bijvoorbeeld sporten of een ander letsel.
intensieve sporten. Die kunnen een maximaal gewicht op je gewrichten uitoefenen, zoals intensieve bal-, vecht- en wintersporten.
combinatie van artrose met andere gewrichtsaandoeningen, zoals bij reumatoïde artritis (RA), jicht en chondrocalcinose (pseudo-jicht).

Verschil tussen artrose, ontstekingsreuma en osteoporose

Bij artrose verslechtert en verdwijnt uiteindelijk het laagje kraakbeen op de botten in je gewricht met als gevolg pijn, stijfheid en uiteindelijk een functiebeperking.
Bij ontstekingsreuma, zoals reumatoïde artritis zijn er vanaf het begin ontstekingen in je gewrichten. Overigens kun je bij ontstekingsreuma op den duur ook artrose krijgen.
Bij botontkalking (osteoporose) worden je botten door een calcium en vitamine D tekort steeds poreuzer en breken sneller.

Help mee