Artrose – kraakbeen

Kraakbeen
Je vindt kraakbeen op verschillende plaatsen in je lichaam. Het zit bijvoorbeeld in de tussenwervelschijven, aan de uiteinden van je botten in je gewrichten, in je neus, in je oren en in de luchtpijp. Een gewricht is een verbinding tussen twee botten, waardoor beweging mogelijk is, bijvoorbeeld je kniegewricht.
Kraakbeen is een vaste substantie, die elastisch is bij druk en buiging. Dit komt, omdat het kraakbeenweefsel bestaat uit een tussencelstof met vezels en weefselvloeistof (de extracellulaire matrix) en de kraakbeencellen. Deze tussencelstof bestaat voor 70% uit water, de rest uit vezelbundels met collageen, eiwit en elastine. Afhankelijk van het percentage vezelbundels en de hoeveelheid kraakbeencellen in de tussencelstof is er: hyalien of glasachtig kraakbeen, vezelig kraakbeen en elastisch kraakbeen.
Hyalien of glasachtig kraakbeenweefsel heeft een blauwachtig-melkachtige kleur en lijkt wel wat op glas. Je vindt het vooral op de uiteinden van botten in je ribben en in het skelet van je strottenhoofd.
Vezelig kraakbeenweefsel bestaat uit een vlechtwerk van talrijke sterke kleine vezels. Het heeft een hoge trekvastheid en is te vinden in je meniscus, de tussenwervelschijven en als verbinding tussen je beide schaambeenderen.
Elastisch kraakbeenweefsel heeft een geelachtige kleur. In de tussencelstof liggen talrijke elastische vezels, die het de buigzaamheid en elasticiteit geven. Je vindt dit weefsel in je strotklepje (epiglottis) en in je oorschelp.

Kraakbeenweefsel
Kraakbeenweefsel geeft steun aan de weke delen in je lichaam, verbindt je botten, is een glijvlak voor gewrichten en vervult een belangrijke rol bij de groei van je pijpbeenderen. Kraakbeen is taai en stevig bindweefsel, dat bij druk en buigen elastisch is en bestand tegen veranderingen in vorm of druk. Het geeft veerkracht, stevigheid en elasticiteit in je lichaam zonder blijvende veranderingen te ondergaan en kan druk weerstaan bij schokken. Dat komt door de samenhang van de tussencelstof met vezels en weefselvloeistof (extracellulaire matrix) en de kraakbeencellen.
• Je kraakbeenweefsel bevat geen zenuwen en ook geen bloedvaten.
• Het kraakbeen is omgeven door een bindweefselvlies (perichondrium). Het perichondrium is een kapsel van dicht bindweefsel, dat bijna overal rondom het kraakbeen zit, behalve bij de gewrichtsvlakken van de gewrichten. In het perichondrium liggen bloedvaten van waaruit het kraakbeenweefsel wordt gevoed. Het vervoer van de voedingsstoffen gebeurt via de weefselvloeistof van het kraakbeenweefsel. Deze tussencelstof is een vaste en veerkrachtige substantie en bestaat uit kraakbeenlijm (chondrine) met daarin verschillende eiwitvezels en kraakbeencellen. Het perichondrium heeft aan de binnenkant een geleidelijke overgang naar het kraakbeenweefsel en heeft aan de buitenkant losmatig bindweefsel.
Het gewrichtskraakbeen heeft dus op de gewrichtsvlakken geen perichondrium en krijgt zuurstof en voedingsstoffen door diffusie vanuit de synoviale vloeistof. Diffusie is een proces, waarmee in je lichaam veel stoffen worden vervoerd van een gebied met een hoge hoeveelheid opgeloste stoffen naar een gebied met een lage hoeveelheid opgeloste stoffen.
• Kraakbeenweefsel stopt met groeien, wanneer je skelet is volgroeid. Er is dan geen deling of vorming van nieuwe kraakbeencellen meer. Als gevolg daarvan herstelt je kraakbeen zich dan ook niet tot nauwelijks meer bij een ongeluk, door artrose of ontstekingsreuma of (sport)letsel. Kleine beschadigingen aan het kraakbeen kunnen herstellen als kraakbeencellen vanuit het bindweefselvlies de beschadigde plaats opvullen. Grotere beschadigingen aan het kraakbeen worden opgevuld met littekenweefsel (fibreus kraakbeen).

Soorten kraakbeencellen
Kraakbeencellen zijn meestal rond van vorm en komen in groepen in de tussencelstof (extracellulaire matrix) voor.
Chondroblasten.
De chondroblasten maken de tussencelstof aan, waarin de kraakbeencellen liggen. De kraakbeencellen liggen vast in holten (lacunae) in de tussencelstof. Chondroblasten zijn de voorlopercellen van de chondrocyten.
Chondrocyten.
Chrondrocyten zijn kraakbeencellen, die zorgen voor de stevigheid van de tussencelstof in het kraakbeenweefsel. Ze maken de bestanddelen van de tussencelstof aan, zoals collageen, proteoglycanen, hyaluron en elastinevezels. Chondrocyten maken ook enzymen aan, die zorgen voor het opruimen van de gebruikte bestanddelen.
Chondroclasten.
Chondroclasten zorgen ervoor dat verkalkt kraakbeen wordt afgebroken. Kraakbeen verkalkt als gevolg van de groei en veroudering van je skelet.

Hyalien kraakbeen
Het hyalien of glasachtig kraakbeen bestaat uit de chondrocyten (cellen) en een vrijwel homogene doorzichtige blauwachtige tussencelstof met vezels en weefselvloeistof. Deze tussencelstof bevat veel collagene vezels. Een collagene vezel bestaat uit een wit en fibreus eiwit, het collageen. Het is een sterke en weinig elastische, trekvaste vezel voor stevigheid en vormbehoud. Dit kraakbeen bedekt de gewrichtsoppervlakken van de botten in je gewricht.

Elastisch kraakbeen
Het elastisch kraakbeen lijkt veel op hyalien kraakbeen. De tussencelstof met vezels en weefselvloeistof bevat naast collagene vezels ook veel elastine vezels. Daarom is het stevig, maar ook buigzaam. Elastisch kraakbeen zit in bijvoorbeeld je oorschelp, de punt van je neus en je strottenhoofd.

Vezelig kraakbeen
Het vezelige of fibreus kraakbeen is een samenstelling van stevig bindweefsel en hyalien kraakbeen. De tussencelstof met vezels en weefselvloeistof bestaat voor het grootste gedeelte uit collageen vezels. Dit kraakbeen komt voor op plaatsen, waar weerstand tegen grote trekkrachten belangrijk is, zoals bij de tussenwervelschijven en de meniscus in je kniegewricht.

Help mee